Uitspraak
SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND,hierna te noemen de GI, gevestigd te Utrecht,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van belanghebbenden
5.De beoordeling
6.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Midden-Nederland
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om het gezag over een minderjarige gedeeltelijk aan haar toe te kennen met betrekking tot toestemming voor medische behandelingen gedurende de ondertoezichtstelling. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de minderjarige woont in een pleeggezin.
Tijdens de zitting gaf de moeder aan reeds toestemming te hebben verleend voor de diverse medische onderzoeken en behandelingen, waaronder tandartsbezoeken, controle bij een specialist en psychodiagnostisch onderzoek. De GI handhaafde haar verzoek vanwege de ambivalentie van de moeder in het geven van toestemming en de noodzaak tot waarborging van voortgang. De Raad voor de Kinderbescherming stelde dat gehandeld moet worden in het belang van de minderjarige en stelde vast dat de moeder toestemming gaf.
De kinderrechter overwoog dat op grond van artikel 1:265e BW het gezag gedeeltelijk kan worden toegekend aan de GI indien noodzakelijk voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Nu de moeder echter toestemming heeft gegeven, is er geen noodzaak meer voor gedeeltelijke gezagsbelasting. De kinderrechter wees daarom het verzoek van de GI af. De beschikking is openbaar uitgesproken op 1 december 2016.
Uitkomst: Het verzoek van de gecertificeerde instelling tot gedeeltelijke gezagsbelasting voor medische toestemmingen wordt afgewezen omdat de moeder toestemming heeft gegeven.