De zaak betreft een verzoek van erfgenamen om de executeur te ontslaan en te vervangen, alsmede om overdracht van administratie en kostenverdeling van advocaatkosten. De executeur heeft zijn benoeming aanvaard en verklaard dat de nalatenschap nagenoeg is afgewikkeld, waarbij alleen nog enkele sieraden geveild moeten worden en aanpassingen aan het grafmonument moeten plaatsvinden. Alle schulden, inclusief erfbelasting, zijn voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat de nog resterende werkzaamheden niet meer tot de taak van de executeur behoren en dat zijn taak als executeur daarom is geëindigd. Het verzoek tot ontslag en vervanging wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De kantonrechter bepaalt dat het 1% executeursloon uit de nalatenschap kan worden voldaan en dat redelijke advocaatkosten die de executeur heeft gemaakt om zijn positie te verdedigen, eveneens ten laste van de nalatenschap komen.
Kosten die eerder zijn gemaakt en niet direct betrekking hebben op de verdediging van de positie als executeur worden niet als kosten van de nalatenschap aangemerkt. Verzoekers dragen hun eigen kosten. Het verzoek van de executeur om vergoeding van advocaatkosten door verzoekers wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.