Exploitatie Maatschappij Eemnes B.V. verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom van het college van B&W van Soest. Het besluit verplichtte verzoekster om de dubbele bewoning van het pand en de bewoning van het bijgebouw te beëindigen vóór 1 februari 2017. Verzoekster betoogde dat het gebruik van de panden onder het overgangsrecht viel, omdat de situatie al sinds voor 1990 bestond. Verweerder stelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van ononderbroken bewoning sinds de peildata.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster een begin van aannemelijkheid had gegeven met verklaringen van voormalige eigenaren, huidige eigenaar en uittreksels uit de GBA. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom deze stukken terzijde werden geschoven. Gezien de verstrekkende gevolgen van het besluit en de onzekerheid over de toepasselijkheid van het overgangsrecht, werd het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Verder werd overwogen dat verweerder aan verzoekster het betaalde griffierecht en proceskosten moest vergoeden. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 december 2016 en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.