Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
[rechthebbende]voornoemd af.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek tot instelling van een bewind over de goederen van de rechthebbende. De kantonrechter heeft op 15 september 2016 een beschikking gegeven en een deskundigenonderzoek gelast vanwege onvoldoende informatie om een beslissing te nemen.
De benoemde deskundige, drs. Th. Trompetter, bracht op 31 oktober 2016 verslag uit waarin werd geconcludeerd dat de rechthebbende cognitief en geestelijk in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen en wilsbekwaam is om wensen vast te leggen in een notariële volmacht. Er was geen medische reden voor bewindvoering.
Na ontvangst van het deskundigenverslag heeft de kantonrechter het voornemen tot afwijzing van het verzoek kenbaar gemaakt. Een reactie van de dochter van de rechthebbende bracht zorgen naar voren over de aanwezigheid van de vriendin van de rechthebbende tijdens het onderzoek, maar de deskundige bevestigde dat dit de wilsbekwaamheid niet aantastte.
De kantonrechter oordeelt dat de rechthebbende niet tijdelijk of duurzaam niet in staat is zijn belangen te behartigen en dat bewindvoering niet noodzakelijk is. Het verzoek tot bewindvoering wordt daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot instelling van bewind wordt afgewezen omdat de rechthebbende wilsbekwaam is en zijn belangen zelf kan behartigen.