Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2016 in de zaak tussen
[ex-werknemer], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. G.P. Dayala.
Procesverloop
mr. Y. Matteo Diaz, kantoorgenoot van mr. G.P. Dayala.
Rechtbank Midden-Nederland
Brocacef B.V., eigenrisicodrager voor de Ziektewet, vordert vernietiging van het besluit van het UWV waarin geen maatregel is opgelegd aan een ex-werknemer wegens vermeende benadeling. De ex-werknemer was op staande voet ontslagen en meldde zich ziek, waarna zij een Ziektewet-uitkering aanvroeg. Het UWV stelde dat een maatregel wegens benadeling van de eigenrisicodrager niet mogelijk is op grond van artikel 45 Ziektewet Pro.
De rechtbank stelt vast dat artikel 45 Ziektewet Pro alleen ziet op benadeling van de in het artikel genoemde fondsen en niet op benadeling van de eigenrisicodrager zelf. De stelling van Brocacef dat dit leidt tot strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. Ook het beroep op eerdere jurisprudentie leidt niet tot een andere conclusie.
De rechtbank benadrukt dat het opleggen van een maatregel een bestuurlijke sanctie is die slechts kan worden opgelegd indien wettelijk voorzien. Omdat de eigenrisicodrager niet in artikel 45 wordt Pro genoemd, ontbreekt de wettelijke grondslag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van Brocacef B.V. wordt ongegrond verklaard omdat artikel 45 Ziektewet geen grondslag biedt voor het opleggen van een maatregel wegens benadeling van de eigenrisicodrager.