Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Bij brief van 15 oktober 2015 heeft verweerder eiser in de gelegenheid gesteld zijn verzoek te specificeren en te verduidelijken. Daarbij heeft verweerder eiser een termijn gesteld van vier weken. Als verweerder de verzochte informatie niet binnen vier weken ontvangt, zal hij het verzoek niet (volledig) kunnen behandelen. De beslistermijn wordt met vier weken opgeschort.
Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn Wob-verzoek zo moet worden gelezen dat het niet gaat om één Wob-verzoek, maar dat deze aanvraag uiteenvalt in meerdere afzonderlijke Wob-verzoeken waarop verweerder had moeten reageren, hetgeen hij niet bij het primaire besluit heeft gedaan
Eiser heeft immers verzocht om – kort gezegd- de metagegevens (verzoek 1), een kopie van de werkinstructie(s) (verzoek 2), een kopie van de procesbeschrijving(en) (verzoek 3) en een kopie van de beleidsregel(s) (verzoek 4) over de behandeling van beroepschriften op grond van artikel 9, eerste lid, van de WAHV. Op de eerste drie verzoeken heeft verweerder wel bij het primaire besluit beslist, maar op het vierde verzoek heeft hij pas op 15 juni 2016 beslist, aldus eiser. Verweerder is daarom volgens eiser meerdere dwangsommen verschuldigd. Eiser heeft ter zitting verwezen naar de uitspraak van de ABRvS van 28 mei 2014 (ECLINL:RVS:2014:1870), waarin de ABRvS heeft geoordeeld dat 742 nagenoeg identieke verzoeken om informatie die in één e-mail waren gedaan ook moesten worden beschouwd als afzonderlijke Wob-verzoeken.
De rechtbank onderschrijft dit standpunt van eiser niet. Bij brief van 5 oktober 2015 heeft eiser, anders dan de betrokkene in de door hem aangehaalde uitspraak, niet gesproken over meerdere afzonderlijke Wob-verzoeken. Hij heeft één Wob-verzoek tot verweerder gericht, waarin hij heeft verzocht om meerdere documenten. De inhoud noch de opzet van het verzoek duiden op meerdere afzonderlijke Wob-verzoeken. Ook de specificatie van het verzoek van 21 oktober 2015 maakt geen melding van meerdere afzonderlijke verzoeken; het gaat om een verzoek waarin onder twee punten is verzocht om meerdere documenten. De ingebrekestelling van 2 december 2015 van eiser maakt wederom melding van één Wob-verzoek waarop verweerder moet beslissen. Hierop is beslist door verweerder. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.