Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de tussenbeschikking van 25 mei 2016
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 7 november 2016.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een ongeval waarbij verzoeker, een voetganger, ernstig beenletsel opliep nadat hij van een rijdende vrachtwagen viel en werd overreden. De rechtbank stelde vast dat verzoeker door de vrachtwagen van [A] is overreden en dat een alternatieve oorzaak is uitgesloten. De verzekeraar voerde aan dat art. 185 WVW Pro niet van toepassing was omdat verzoeker als vervoerd persoon moest worden gezien, stelde overmacht aan de zijde van de chauffeur en eigen schuld van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet als vervoerd persoon in de zin van art. 185 WVW Pro kan worden aangemerkt, omdat hij aan de vrachtwagen hing zonder de bedoeling te worden vervoerd. Overmacht werd verworpen omdat de chauffeur, hoewel bedreigd, geen acuut gevaar liep en het wegrijden met de vrachtwagen aan hem toe te rekenen is. Wel werd vastgesteld dat verzoeker door zijn agressieve gedrag en roekeloosheid het ongeval in overwegende mate zelf heeft veroorzaakt, waardoor eigen schuld van 90% geldt.
Een billijkheidscorrectie van 10% werd toegepast vanwege de ernstige blijvende invaliditeit van verzoeker en de grote financiële impact op zijn gezin. Hierdoor is de verzekeraar Kooperativa gehouden 20% van de schade te vergoeden. De kosten van de procedure werden begroot op €4.687,32, waarvan Kooperativa 20% moet betalen. Het verzoek van verzoeker wordt daarmee deels toegewezen.
Uitkomst: Kooperativa is voor 20% aansprakelijk voor de schade en moet 20% van de proceskosten vergoeden.