Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[verzoeker sub 1] ,
1.[belanghebbende sub 1] ,
1.Verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 2 december 2015;
- de brief van [verzoeker sub 3] van 2 december 2015, ter griffie ingekomen op 3 december 2015;
- de fax van verweerder van 8 december 2015;
- het aanvullende verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 11 december 2015;
- de producties 10 tot en met 21 bij het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 5 januari 2016;
- de producties 22 tot en met 31 bij het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 8 januari 2016;
- de producties 1 tot en met 6, ingediend door verweerder, ter griffie ingekomen op 13 januari 2016;
- de producties 32 tot en met 36 bij het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 13 januari 2016;
- het verweerschrift, ter griffie ingekomen op 14 januari 2016.
- verzoekers met hun advocaat en mr. J. Hanus, kantoorgenoot van mr. Haarsma;
- de executeur met zijn advocaat;
- de belanghebbenden.
2.Feiten
3.Geschil
- ontslag van de executeur;
- schorsing van de executeur voor de periode die nodig is voor het onderzoek naar de vraag of gewichtige redenen aanwezig zijn die maken de executeur moet worden ontslagen;
- benoeming van een nieuwe executeur;
- benoeming van een boedelnotaris of vervanging van de door de executeur benoemde boedelnotaris;
- het bevelen van een boedelbeschrijving;
- veroordeling van verweerder in de kosten van onderhavige procedure.
4.Overwegingen van de kantonrechter
- de executeur verstrekt aan de erfgenamen niet de gewenste inlichtingen, waartoe hij verplicht is op grond van artikel 4:148 BW Pro;
- de executeur verstrekt niet de uitkomsten van taxaties van tot de nalatenschap behorend onroerend goed;
- de executeur heeft geen boedelbeschrijving opgesteld;
- de executeur gaat in sommige aangelegenheden met betrekking tot de nalatenschap verder dan zijn taak van beheren van de nalatenschap toelaat;