Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 9 september 2016 een ontnemingszaak tegen verdachte, waarbij de officier van justitie een vordering tot ontneming van €48.510,- had ingediend. Deze vordering betrof het bedrag dat volgens het Openbaar Ministerie was verkregen door het medeplegen van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van verdovende middelen.
Tijdens de zitting was verdachte niet persoonlijk aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door een gemachtigde raadsman. De verdediging voerde aan dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak in de onderliggende strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat de vrijspraak van verdachte op 9 september 2016 betekent dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Daarom werd de vordering van de officier van justitie tot ontneming afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer bestaande uit drie rechters en is uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens vrijspraak in de strafzaak.