Op 19 mei 2016 heeft de minderjarige verdachte samen met anderen een rood/grijze damesfiets gestolen in Utrecht. De diefstal vond plaats door het vernielen van het kettingslot waarmee de fiets aan een paal was vastgezet. Een verbalisant zag verdachte en medeverdachten handelen bij het slot en de fiets, waarna verdachte met de fiets wegfietste.
De officier van justitie achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, hetgeen de rechtbank onderschreef op basis van getuigenverklaringen en aangifte van de eigenaresse. Verdachte werd strafbaar verklaard voor diefstal door twee of meer verenigde personen met braak.
De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en diens houding tijdens de zitting, waarbij geen berouw werd getoond en geen medewerking aan begeleiding werd verleend. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden werd een taakstraf van 30 uren opgelegd, met een subsidiaire jeugddetentie van 15 dagen, waarbij de tijd in verzekering in mindering wordt gebracht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 23 december 2016, waarbij een straf passend en geboden werd geacht.