ECLI:NL:RBMNE:2016:965

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 februari 2016
Publicatiedatum
24 februari 2016
Zaaknummer
4411987
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing derde voorschot op loon vereffenaar nalatenschap

De vereffenaar van de nalatenschap van een overledene heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een derde voorschot op haar loon vast te stellen. Dit verzoek betreft een bedrag van €63.059,69, gebaseerd op de reeds verrichte werkzaamheden sinds haar benoeming op 22 januari 2015 tot en met 31 december 2015. Eerder zijn twee voorschotten toegekend van in totaal €46.000,--.

De kantonrechter overweegt dat het loon van de vereffenaar wordt vastgesteld op grond van artikel 4:206 lid 3 BW Pro, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de regeling voor faillissementscuratoren. Gelet op de complexiteit van de nalatenschap, bestaande uit diverse baten zoals onroerend goed en buitenlands vermogen, en een groot aantal schulden, acht de kantonrechter het verzoek gegrond.

Er zijn sinds het tweede voorschot belangrijke stappen gezet in de vereffening, waaronder het treffen van een schikking over een schuld en het intrekken van een buitenlandse claim. Daarnaast wordt verwacht dat onroerend goed wordt verkocht, waardoor de hoofdelijke aansprakelijkheid vervalt, wat in het belang is van de vereffening. De vereffenaar heeft bevestigd dat het voorschot uit de boedelgelden kan worden voldaan. De kantonrechter wijst het verzoek toe en stelt het voorschot vast op €63.059,69.

Uitkomst: Het verzoek om een derde voorschot op het loon van de vereffenaar van €63.059,69 wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4411987 UT VERZ 15-16700

Beschikking d.d. 19 februari 2016

inzake het verzoek van

mr. [verzoeker] , werkzaam bij [naam notariskantoor] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder te noemen verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van door de rechtbank benoemde vereffenaar in de nalatenschap van:
[A] ,geboren te [geboorteplaats] op [1936] , overleden te [woonplaats] op [2013] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] .

De procedure

Verzoeker vraagt de kantontrechter een derde voorschot op haar loon vast te stellen van in totaal € 63.059,69.

De overwegingen van de kantonrechter

Uit de toegestuurde nota’s met declaratiespecificatie blijkt dat vanaf de datum van de benoeming van verzoeker tot vereffenaar op 22 januari 2015 tot en met 31 december 2015 werkzaamheden zijn verricht voor een bedrag van € 109.059,70. Bij beschikking van 27 februari 2015 en bij beschikking van 20 april 2015 heeft de kantonrechter tweemaal een voorschot op het loon van verzoeker vastgesteld van in totaal € 46.000,--. Thans vraagt verzoeker een derde voorschot op haar loon vast te stellen van in totaal (€ 109.059,70 minus € 46.000,--) € 63.059,69.
De kantonrechter overweegt dat het loon van de door de rechtbank benoemde vereffenaar op grond van artikel 4:206 lid 3 BW Pro door de kantonrechter wordt vastgesteld. Voor de vaststelling hiervan kan aansluiting worden gezocht bij de regeling voor faillissementscuratoren. Op grond van die regeling kan een voorschot worden toegekend en wordt dit éénmaal per jaar gedaan tenzij anders wordt bepaald.
De kantonrechter is gebleken dat de nalatenschap gecompliceerd is samengesteld. Deze bestaat enerzijds uit een groot aantal baten waaronder onroerend goed en vermogen in het buitenland. Anderzijds zijn er ook een groot aantal schulden bekend. De kantonrechter is gebleken dat vanaf de vaststelling van het tweede voorschot van het loon tot op heden stappen zijn gezet in de vereffening van de nalatenschap. Zo is er een schikking getroffen over een schuld van de nalatenschap uit een huurovereenkomst waarbij ook een claim tegen de nalatenschap in de Verenigde Staten is ingetrokken. Voorts ziet het ernaar uit dat onroerend goed wordt verkocht die belast is met een hypothecaire geldlening. Dat heeft tot gevolg dat de hoofdelijke aansprakelijkheid vervalt voor de nalatenschap, hetgeen in het belang van de vereffening wordt geacht.
Verzoeker bericht bij de e-mail van 4 januari 2016 dat het gevraagde voorschot uit de aanwezige boedelgelden kan worden voldaan.
Gelet op de hiervoor beschreven omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om het verzoek voor een derde voorschot van € 63.059,69 toe te wijzen. Derhalve wordt als volgt beslist.

De beslissing

De kantonrechter stelt het voorschot op het loon van verzoeker vast op € 63.059,69
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. R.H.M. den Ouden.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..