ECLI:NL:RBMNE:2017:1217
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter vanwege vermeende partijdigheid bij de beslissing tot opheffing van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Hij stelde dat de rechter onbegrijpelijk had beslist zonder rekening te houden met persoonlijke omstandigheden en de raadsman geen gelegenheid had gegeven het verzoek toe te lichten.
De rechter ontkende vooringenomenheid en gaf aan dat de verdediging wel degelijk gelegenheid had gehad om te reageren. De wrakingskamer onderzocht of er objectieve feiten waren die de vrees voor partijdigheid rechtvaardigden en concludeerde dat de beslissing een procesbeslissing betrof die niet inhoudelijk door de wrakingskamer getoetst kon worden.
Hoewel er verschillen waren over het verloop van de zitting en de communicatie, vond de wrakingskamer geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. De excuses van de rechter en de mogelijkheid voor de verdediging om het verzoek nader toe te lichten, versterkten dit oordeel.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek ongegrond en bepaalde dat de procedure voortgezet wordt in de stand van de schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.