Op 25 september 2016 vond na een voetbalwedstrijd een incident plaats tussen leden van twee verenigingen, waarbij geweld werd gebruikt. De KNVB tuchtcommissie verklaarde meerdere overtredingen bewezen en legde straffen op aan eiseres sub 1 en eiser sub 2. Tegen deze uitspraken werd beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep (CvB), die de straffen bevestigde en deels verscherpte.
Eiseres sub 1 c.s. vorderde schorsing van de tuchtuitspraken en toelating van eiser sub 2 tot de competitie, stellende dat het incident niet onder het tuchtrecht viel en dat de CvB onterecht geen mondelinge behandeling hield. De rechtbank oordeelde dat het incident voldoende samenhang vertoonde met de wedstrijd en dat de tuchtcommissie bevoegd was de zaak aanhangig te maken.
Wel constateerde de voorzieningenrechter dat tegenstrijdige verklaringen over de locatie van het geweld (kantine of parkeerplaats) onvoldoende zijn gemotiveerd door de CvB, wat een essentieel gebrek vormt. Daarom werd de uitspraak tegen eiser sub 2 geschorst totdat de CvB na nader horen opnieuw uitspraak doet. De overige vorderingen werden afgewezen. De KNVB werd veroordeeld in de proceskosten van eiser sub 2.