Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
2.3.3 Gesprek met de werknemer
Standpunt van de arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep
2.2.1. Voorgeschiedenis
3.Het geschil
4.De beoordeling
800,00(2 punten x tarief € 400,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was sinds 2006 in dienst bij gedaagde en meldde zich in december 2013 ziek. Na medische adviezen en opbouwschema's werd vastgesteld dat zij aangepast werk kon hervatten, maar de werkgever voldeed niet aan haar re-integratieverplichtingen. Diverse deskundigen, waaronder het UWV, concludeerden dat de werkgever onvoldoende inspanningen leverde, met name door het niet starten van een tweede spoor re-integratie na september 2015.
Eiseres vorderde betaling van achterstallig loon vanaf december 2014, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en correcte aanmelding bij het bedrijfstakpensioenfonds. Gedaagde stelde dat eiseres niet meewerkte aan re-integratie en verwees naar een eerder kortgedingvonnis en lopende UWV-procedure.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever vanaf oktober 2015 tekortschiet in haar re-integratieverplichtingen en dat het loon onterecht werd opgeschort. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het bruto loon, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, wettelijke verhoging en rente, alsmede tot correcte pensioenaanmelding met een dwangsom bij niet-naleving. Proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente en correcte pensioenaanmelding wegens schending re-integratieverplichtingen.