Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.DE TENLASTELEGGING
3.DE VOORVRAGEN
4.DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN
5.BEWEZENVERKLARING
6.KWALIFICATIE
7.STRAFBAARHEID
8.STRAFOPLEGGING
Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht om de voorlopige hechtenis van verdachte per direct op te heffen.
De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, gelet op het voorgaande, af.
9.TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
26 maanden;
6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2(
twee) jaarvast;
een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 (twee) jaarop, inhoudende dat verdachte wordt bevolen zich te onthouden van direct of indirect contact met [slachtoffer] ;
vervangende hechteniszal worden toegepast;
2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;