Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, waaronder een voormalig notaris en enkele vennootschappen, stelden dat het Bureau Financieel Toezicht (BFT) onrechtmatig had gehandeld door onjuiste en onvolledige feiten te presenteren in een tuchtklacht die leidde tot ontzetting van de notaris uit zijn ambt.
De rechtbank oordeelde dat het notariskantoor failliet was verklaard en daarom niet ontvankelijk was in de procedure. Verder werd vastgesteld dat een van de vennootschappen onvoldoende belang had en niet ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank overwoog dat het BFT een ruime beleidsvrijheid heeft bij het toezicht en dat het toezicht niet onrechtmatig was omdat de feiten en omstandigheden die het BFT aanvoerde juist of niet bewust onjuist waren weergegeven.
De rechtbank concludeerde dat de notaris onvoldoende informatie had verstrekt aan het BFT, waardoor het BFT sceptisch was over de financiële constructies die waren getroffen. Ook was de notaris niet aanwezig bij de tuchtzitting en had hij geen hoger beroep ingesteld, waardoor eigen schuld aan de ontzetting bestond.
De vorderingen van eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en verklaart enkele eisers niet ontvankelijk.