ECLI:NL:RBMNE:2017:1611

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2017
Publicatiedatum
3 april 2017
Zaaknummer
5639395 LM VERZ 17-6
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verkeersboete voor snelheidsovertreding tijdens wegwerkzaamheden in Nagele

Vier automobilisten kregen een verkeersboete voor het overschrijden van de maximumsnelheid op 4 juni 2016 op de Domineesweg in Nagele, waar de snelheid vanwege wegwerkzaamheden tijdelijk was verlaagd van 80 naar 50 km/u. De automobilisten voerden aan dat zij de gewijzigde snelheid niet hadden opgemerkt omdat zij geen borden hadden gezien. De politieagent die de controle uitvoerde verklaarde dat de borden wel degelijk aanwezig waren en voegde fotobewijs toe.

De kantonrechter oordeelde dat de boetes terecht waren opgelegd, omdat de borden op de juiste plaatsen waren geplaatst en duidelijk zichtbaar waren. Eén automobilist stelde dat er sprake was van willekeur en rechtsongelijkheid omdat andere zaken waren geseponeerd, maar de rechter stelde dat dit kwam door onvoldoende bewijs in die zaken, terwijl in deze zaken wel voldoende bewijs was.

De ambtsedige verklaring van de verbalisant en het fotobewijs vormden voldoende grondslag voor de vaststelling van de overtreding. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de sanctie van € 325,00. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter J.F. Haeck op 31 maart 2017 te Lelystad.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens snelheidsovertreding tijdens wegwerkzaamheden wordt ongegrond verklaard en de boete van € 325,00 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Lelystad
zaaknummer: 5639395 LM VERZ 17-6
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]

beslissing van de kantonrechter van 31 maart 2017

inzake

[betrokkene] , te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd.
De officier van justitie heeft op het door betrokkene ingestelde administratief beroep een beslissing genomen.
Tegen deze beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 17 maart 2017 hun zienswijze nader toe te lichten. Betrokkene is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).
De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en uitspraak gedaan.

Beoordeling

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de aan betrokkene opgelegde administratieve sanctie gehandhaafd. Hoewel een beslissing op het administratieve beroep ontbreekt, maakt de kantonrechter uit de motivering van de beslissing op het administratief beroep op, dat de officier van justitie het beroep kennelijk ongegrond heeft verklaard. De kantonrechter merkt deze omissie aan als een kennelijke verschrijving.
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 325,00. Het gaat om een gedraging, die zou zijn verricht op 4 juni 2016 om 9:57 uur te Nagele met de personenauto, kenteken [kenteken] : Overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 27 km/h (verkeersbord A 3 + wegwerk).
Betrokkene voert – kort weergegeven – de volgende gronden aan. Betrokkene geeft aan dat er ten tijde van de gedraging een maaimachine op de weg reed. Betrokkene stelt dat hij geen bord heeft gezien. Hierdoor was hij niet op de hoogte van de gewijzigde verkeerssituatie en hield zich aan de geldende maximumsnelheid van 80 km per uur. Tevens stelt betrokkene dat er geen verkeersborden hebben gestaan op de kruispunten zoals door de verbalisant is vermeld in het aanvullend proces-verbaal. Op 21 oktober 2016 waren er op hetzelfde traject weer werkzaamheden en toen was dit wél met bebording aangegeven.
De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is en wijst daarbij onder meer op het aanvullend proces-verbaal van 25 september 2016.
In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, onder meer het volgende in: “
Door mij is waargenomen hetgeen langs elektronische weg is geconstateerd en vastgelegd. Hieraan doet niet af dat eerdergenoemde waarnemingen van tijd en plaats niet direct met de eigen zintuigen zijn geschied en de noodzakelijke berekeningen met hulpapparatuur zijn uitgevoerd. De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel. Gemeten (afgelezen) snelheid: 80 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde snelheid): 77 km per uur. toegestane snelheid: 50 km per uur. overschrijving met 27 km per uur”. Daarbij wordt overwogen dat er in het dossier duidelijke foto’s van het voertuig aanwezig zijn, zodat daar geen misverstanden over kunnen ontstaan.
De ambtsedige verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal van 25 september 2016 vermeldt: “
De toegestane maximale snelheid van 50 km/h was op zaterdag 4 juni 2016 van 08:46 tot en met 11:22 uur van toepassing, dit in verband met wegwerkzaamheden. De maximumsnelheid was over de gehele Domineesweg, vanaf de Abtsweg tot en met de Ploegstraat (over een lengte van ongeveer 3 km) van toepassing. De bebording bestond uit een A1 verkeersbord met maximaal 50 km/h, het J16 verkeersbord (wegwerkzaamheden) en een onderbord “rijdende afzetting”. Op elk kruispunt waren de verkeersborden op de juiste manier geplaatst over dit wegvak, waardoor het voor alle weggebruikers duidelijk was aangegeven welke maximale snelheid ter plaatse van toepassing was”.Dit proces-verbaal is voorzien van een aantal foto’s waarop de bebording op het betreffende traject te zien is.
Betrokkene voert aan dat de maximumsnelheid niet (duidelijk) stond aangegeven. Echter, uit het zaakoverzicht blijkt dat de verkeersborden op de door de verbalisant genoemde kruispunten hebben gestaan. Betrokkene had dus de maximumsnelheid moeten weten.
De kantonrechter ziet gelet hierop in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaring van de verbalisant. Nu ook uit het dossier geen feiten of omstandigheden blijken die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Betrokkene heeft nog aangevoerd dat sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid, omdat hij heeft gehoord dat in een heleboel zaken geen sanctie is opgelegd en dat die zaken zijn geseponeerd, terwijl hij wel een sanctie opgelegd heeft gekregen. De zittingsvertegenwoordiger van het OM heeft in reactie daarop verklaard dat alleen zaken zijn geseponeerd waarin onvoldoende bewijs was, Gelet op het in die zaken gevoerde verweer en het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal.
Gelet hierop is niet gebleken van een omstandigheid op grond waarvan het OM had moeten beslissen om in deze zaak geen sanctie op te leggen. Van schending van het gelijkheidsbeginsel en rechtsongelijkheid is dan ook geen sprake.
In wat betrokkene verder nog heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen grond voor het oordeel dat de bestreden beslissing van de officier van justitie onrechtmatig is.
Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
N. Ülger mr. J.F. Haeck
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: