ECLI:NL:RBMNE:2017:1621

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2017
Publicatiedatum
3 april 2017
Zaaknummer
5649908 LM VERZ 17-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verkeersboete wegens snelheidsovertreding tijdens wegwerkzaamheden in Nagele

Vier automobilisten kregen een verkeersboete voor het overschrijden van de maximumsnelheid op de Domineesweg in Nagele op 4 juni 2016. Op die dag was de maximumsnelheid vanwege maaiwerkzaamheden tijdelijk verlaagd van 80 naar 50 km/u. De automobilisten voerden aan niet op de hoogte te zijn geweest van de snelheidsverlaging omdat zij geen borden hadden gezien.

De politieagent die de controle uitvoerde verklaarde dat de snelheidsbeperking deugdelijk was aangegeven met verkeersborden, wat werd ondersteund door foto's. De kantonrechter oordeelde dat de boetes terecht waren opgelegd omdat er voldoende bewijs was dat de snelheidsbeperking duidelijk was aangegeven en de overtreding daadwerkelijk had plaatsgevonden.

Een van de automobilisten stelde dat er sprake was van willekeur en rechtsongelijkheid, omdat hij had gehoord dat veel zaken waren geseponeerd. De kantonrechter verwierp dit argument en stelde dat in de geseponeerde zaken onvoldoende bewijs was, terwijl in deze zaak wel voldoende bewijs aanwezig was.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de administratieve sanctie van €275,00. Betrokkene was niet verschenen op de zitting van 17 maart 2017. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter J.F. Haeck op 31 maart 2017 te Lelystad.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens snelheidsovertreding tijdens wegwerkzaamheden wordt ongegrond verklaard en de boete van €275,00 wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Lelystad
zaaknummer: 5649908 LM VERZ 17-11
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]

beslissing van de kantonrechter van 31 maart 2017

inzake

[betrokkene] , te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd.
De officier van justitie heeft op het door betrokkene ingestelde administratief beroep een beslissing genomen.
Tegen deze beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 17 maart 2017 hun zienswijze nader toe te lichten. Betrokkene is niet verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).
De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en uitspraak gedaan.

Beoordeling

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de aan betrokkene opgelegde administratieve sanctie gehandhaafd en het beroep kennelijk ongegrond verklaard.
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 275,00. Het gaat om een gedraging, die zou zijn verricht op 4 juni 2016 om 9:28 uur te Nagele met de personenauto, kenteken [kenteken] : Overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 24 km/h (verkeersbord A 3 + wegwerk).
Betrokkene voert – kort weergegeven – de volgende gronden aan. Betrokkene stelt er geen sprake was van wegwerkzaamheden noch een aankondiging van het bord J16, zoals door de officier van justitie wordt gesteld. Betrokkene is van mening dat er geen sprake is van een overschrijding van de maximum snelheid nu volgens betrokkene de officier van justitie niet heeft kunnen aantonen dat er sprake was van werkzaamheden aangekondigd door het bord J16.
De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter kennelijk ongegrond is. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft zij een aanvullend proces-verbaal overgelegd.
In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
De ambtsedige verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, onder meer het volgende in: “
Door mij is waargenomen hetgeen langs de elektronische weg is geconstateerd en vastgelegd. Hieraan doet niet af dat eerdergenoemde waarnemingen van tijd en plaats niet direct met de eigen zintuigen zijn geschied en de noodzakelijke berekeningen met hulpapparatuur zijn uitgevoerd. De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel. Gemeten (afgelezen) snelheid: 77 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 74 km per uur. Toegestane snelheid: 50 km per uur. Overschrijding met: 24 km per uur”.
Uit het op ambtseed opgemaakte aanvullend proces-verbaal blijkt dat op 4 juni 2016 van 08:46 tot en met 11:22 uur een snelheidsbeperking gold in verband met maaiwerkzaamheden en dat deze beperking deugdelijk met daartoe geplaatste verkeersborden was aangegeven. Eén en ander blijkt ook uit de foto’s bij dat proces-verbaal.
De kantonrechter ziet gelet hierop in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaringen van de verbalisant. Nu ook uit het dossier geen feiten of omstandigheden blijken die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
In wat betrokkene verder nog heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen grond voor het oordeel dat de bestreden beslissing van de officier van justitie onrechtmatig is.
Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
N. Ülger mr. J.F. Haeck
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: