Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de brief met producties van mr. Veerman van 5 januari 2017;
- de mondelinge behandeling op 10 januari 2017 en de pleitaantekeningen van mr. Veerman.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van €4.000 van gedaagde, voortvloeiend uit een geldlening die gedaagde niet volledig heeft terugbetaald. Hoewel er geen schriftelijke leningsovereenkomst is, is uit e-mails en overboekingen duidelijk dat partijen een terugbetalingsovereenkomst sloten. Gedaagde betwist de vordering en voert subsidiair verrekening aan met een tegenvordering wegens verrichte werkzaamheden.
De rechtbank stelt vast dat eiser persoonlijk de lening heeft verstrekt, ondanks dat een deel van het geld van zijn onderneming kwam, omdat het een eenmanszaak betreft zonder rechtspersoonlijkheid. De tegenvordering van gedaagde is onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt. Bovendien is gedaagde illiquide, waardoor verrekening niet kan worden toegelaten op grond van artikel 6:136 BW Pro.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €4.000 met wettelijke rente vanaf 27 september 2016 en compenseert de proceskosten, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.000 met rente, beroep op verrekening wordt afgewezen.