ECLI:NL:RBMNE:2017:1685
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeend lidmaatschap katholieke gemeenschap
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter en later tegen leden van de wrakingskamer, gebaseerd op het vermoeden dat deze rechters lid zijn van de katholieke gemeenschap vanwege hun voornamen. De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van een rechter kunnen aantasten. Het enkele vermoeden van een bepaalde godsdienstige levensovertuiging is onvoldoende om onpartijdigheid in twijfel te trekken.
De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek niet betrekking heeft op het functioneren van de rechters, maar slechts op hun vermeende religieuze achtergrond. Dit is volgens vaste rechtspraak geen geldige grond voor wraking. Daarom werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en zonder mondelinge behandeling afgewezen.
Daarnaast werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers tegen leden van de wrakingskamer niet in behandeling worden genomen, omdat het herhaaldelijk indienen van dergelijke verzoeken de voortgang van procedures ernstig belemmert. De behandeling van het oorspronkelijke wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt voortgezet zoals voor de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens gebrek aan gegronde wrakingsgrond.