Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
[naam],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Midden-Nederland
NVT Engineering B.V. en NVT Onderhoudsgroep B.V. (NVT c.s.) hebben een kort geding aangespannen tegen drie gedaagden met diverse vorderingen, waaronder naamswijziging en schadevergoeding. Kort voor de zitting trokken zij het kort geding in. Gedaagden verzochten daarop om proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat NVT c.s. als in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd, omdat zij geen belang meer had bij de vorderingen en sommige vorderingen reeds in een bodemprocedure aanhangig waren. Ook werd geoordeeld dat een deel van de kosten reeds in de bodemprocedure was toegekend aan gedaagde 3, zodat alleen een deel van de advocaatkosten in kort geding vergoed wordt.
De rechtbank begrootte de proceskostenvergoeding op € 2.007,00, inclusief griffierecht, en veroordeelde NVT c.s. tot betaling hiervan aan gedaagden. Het vonnis werd op 12 april 2017 gewezen door mr. R.A. Steenbergen.
Uitkomst: NVT c.s. wordt veroordeeld tot betaling van € 2.007,00 aan proceskosten aan gedaagden na intrekking van het kort geding.