ECLI:NL:RBMNE:2017:1814

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 maart 2017
Publicatiedatum
11 april 2017
Zaaknummer
C/16/17/147 F
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 FwArt. 7 FwArt. 63a Fw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot faillietverklaring en afkoelingsperiode toegewezen, verzegeling afgewezen

Op 5 januari 2017 heeft verzoeker een verzoek tot faillietverklaring van verweerder ingediend, met aanvullende verzoeken tot verzegeling van de boedel en het instellen van een afkoelingsperiode. Verweerder is op de zitting van 21 maart 2017 niet verschenen.

De rechtbank stelde vast dat verweerder is opgehouden te betalen en verklaarde hem failliet. Het verzoek om verzegeling van de boedel werd afgewezen omdat het onderzoek naar het faillissement inmiddels was afgerond, waardoor het verzoek geen belang meer had.

Wel werd een afkoelingsperiode van twee maanden ex artikel 63a Faillissementswet ingesteld. Dit om de curator de mogelijkheid te geven de eigendomspositie van goederen, mogelijk op naam van derden gesteld om beslag te ontlopen, in kaart te brengen. Tevens werden een rechter-commissaris en curator benoemd en bepaalde de rechtbank beperkingen voor derden met betrekking tot verhaal op boedelgoederen.

Uitkomst: Verweerder wordt failliet verklaard, verzegeling van de boedel afgewezen, afkoelingsperiode van twee maanden ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/17/147 F
Vonnis op grond van artikel 1 Fw Pro (verzoek tot faillietverklaring)
d.d. 23 maart 2017
in de zaak van
mr. Peter FransMIJNLIEFF,
gevestigd te Leusden,
verzoeker,
advocaat mr. P.F. Mijnlieff,
tegen
de heer
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 5 januari 2017 een verzoek tot faillietverklaring van verweerder ingediend. Tevens heeft verzoeker verzocht hangende het onderzoek, zo nodig onder het stellen van zekerheid, hem verlof te verlenen de boedel te doen verzegelen door een bij het verlof aan te wijzen notaris. Tenslotte heeft verzoeker verzocht om een afkoelingsperiode te bepalen van twee maanden.
1.2.
De griffier van deze rechtbank heeft verweerder bij brief van 3 maart 2017 er kennis van gegeven dat hij binnen veertien dagen na de dag van dagtekening van die brief een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan indienen. Dit heeft niet geleid tot toelating tot die regeling.
1.3.
Het verzoek is behandeld in raadkamer van deze rechtbank op 21 maart 2017. Verweerder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
Na summier onderzoek is gebleken van het vorderingsrecht van verzoeker en van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerder in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Het verzoek tot faillietverklaring zal worden toegewezen.
2.2.
Het verzoek om verlof tot verzegeling van de boedel zal worden afgewezen. Een dergelijk verzoek kan hangende het onderzoek dat wordt ingesteld naar aanleiding van het faillissementsverzoek worden ingediend. Nu dat onderzoek met de behandeling ter zitting is afgerond, heeft verzoeker bij dit verzoek geen belang meer.
2.3.
De rechtbank ziet aanleiding om ex artikel 63a Fw verzochte afkoelingsperiode af te kondigen. De rechtbank acht niet onaannemelijk dat, zoals verzoeker heeft gesteld, verweerder goederen op naam van derden heeft laten stellen teneinde deze goederen te onttrekken aan (faillissements)beslag. De afkoelingsperiode stelt de curator in staat om de eigendomspositie van de goederen welke gebruikt worden door verweerder in kaart te brengen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart
[verweerder],
geboren op [1976] te [geboorteplaats],
woonadres: [woonplaats], [adres],
in staat van faillissement,
3.2.
benoemt tot rechter-commissaris mr. D.M. Staal, lid van deze rechtbank, en stelt aan tot curator mr. V.H.B. Kruit, advocaat te Utrecht, telefoonnummer 088-4070444,
3.3.
geeft de curator last tot het openen van de aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen;
3.4.
bepaalt dat elke bevoegdheid van derden, met uitzondering van boedelschuldeisers, tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen, die zich in de macht van de gefailleerde of de curator bevinden, voor een periode van twee maanden, ingaande heden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechter-commissaris;
3.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2017 te 12.00 uur.