De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de gemeente Nieuwegein om een wijziging toe te staan van een onherroepelijke omgevingsvergunning. De oorspronkelijke vergunning uit 2012 betrof de bouw van een woongebouw met maatschappelijke voorzieningen in de plint en 46 seniorenappartementen, inclusief 25 extra parkeerplaatsen op eigen terrein. Na faillissement van de oorspronkelijke vergunninghouder is de vergunning op naam gesteld van een derde partij die een wijziging aanvroeg om in plaats van maatschappelijke voorzieningen 15 extra vrije sector woningen te realiseren.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke vergunning onherroepelijk is en dat de bouwhoogte niet opnieuw kan worden beoordeeld omdat die niet is gewijzigd. De wijziging valt onder de discretionaire bevoegdheid van de gemeente om een omgevingsvergunning te verlenen voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan zonder vergroting van het bouwvolume. Eisers voerden aan dat de parkeerbalans onjuist was omdat niet werd aangesloten bij CROW-normen en dat de wijziging van doelgroep gevolgen heeft voor de parkeerbehoefte.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente de gemeentelijke Nota Parkeernormen heeft toegepast, die geen onderscheid maakt tussen sociale huur en vrije sector woningen, en dat de gehanteerde parkeernorm ruim voldoende is. De parkeerplaatsen worden niet op eigen terrein gerealiseerd, maar openbaar toegankelijk gemaakt, wat volgens de rechtbank toelaatbaar is. De belangenafweging door de gemeente is transparant en sluit aan bij de gemeentelijke woonvisie. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan voor een nieuw parkeeronderzoek.
De rechtbank concludeert dat de gemeente in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid en verklaart het beroep ongegrond.