De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 30 maart 2017 verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, alsmede een verzoek tot wijziging en uitbreiding van de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de duur van één jaar en een omgangsregeling met begeleide omgang eens per drie weken. De moeder verzocht om een ruimere omgangsregeling, primair wekelijks van vrijdag tot zondag, subsidiair meerdere dagen per week, maar stemde in met verlenging van de ondertoezichtstelling.
De rechtbank constateerde dat het perspectiefonderzoek naar terugplaatsing van het kind onzorgvuldig was uitgevoerd en vroegtijdig werd stopgezet vanwege de belasting voor het kind. Ondanks de kritiek achtte de rechtbank het perspectief van het kind in het pleeggezin gelegen. De pedagogische vaardigheden van de moeder bleken onvoldoende, en een nieuw onderzoek zou te belastend zijn voor het kind en het gezin.
De rechtbank verlengde daarom de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot 23 maart 2018 en stelde een omgangsregeling vast van eens per drie weken, één uur met intensieve begeleiding op een neutrale, kindvriendelijke locatie. Het verzoek tot uitbreiding van de omgang werd afgewezen wegens de te grote belasting voor de minderjarige.