Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 17 januari 2017;
- de schriftelijke reactie van mr. M. Wolfrat van 27 maart 2017;
- de reactie van [verzoeker] van 29 maart 2017.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze wrakingszaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Wolfrat, de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke procedure. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was doordat zij op eigen initiatief contact had opgenomen met de vertegenwoordiger van de korpschef van politie en uitstel had verleend zonder verzoekers reactie te vragen, wat in strijd zou zijn met de procesregeling.
De rechter verweerde zich door te stellen dat het contact telefonisch was en bedoeld om te informeren naar een reactie die uitbleef, en dat het verlenen van uitstel een normale processuele beslissing was die geen blijk gaf van vooringenomenheid. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de normen uit artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De wrakingskamer concludeerde dat het enkele feit dat de rechter contact opnam en uitstel verleende geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid. Ook was het verzoeker onjuist voorgesteld dat de rechter ambtshalve had besloten tot uitstel, terwijl dit op verzoek van de korpschef gebeurde. De wrakingskamer verklaarde het verzoek ongegrond en bepaalde dat de procedure voortgezet wordt in de stand van vóór de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.