Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
‘diensttijd’wordt verstaan
‘de tijd, gelegen tussen aanvang en einde van de dienst’, onder
‘aanvang diensttijd’:
‘de begintijd van de eerste te verrichten rit, vervroegd met opstaptijd en aanrijtijd’en onder
‘einde diensttijd’:
‘de tijd waarop de laatste werkzaamheid eindigt, verlengd met de afstaptijd en - eventueel - de afrekentijd.’Onder
‘opstaptijd’wordt verstaan:
‘de tijd die wordt gegeven om de door het bedrijf gegeven instructies en/of opgedragen werkzaamheden te verrichten, voordat wordt uitgerukt of de werkzaamheden van anderen worden overgenomen.’ ‘Aanrijtijd’is
‘de tijd die wordt gegeven om zich te verplaatsen van de stalling of garage naar het punt, waar de eerste rit wordt begonnen.’Onder
‘afstaptijd’wordt verstaan:
‘de tijd die de autobuschauffeur in de dienst wordt gegeven om de door het bedrijf gegeven instructies en/of opgedragen werkzaamheden te verrichten, nadat wordt ingerukt of de werkzaamheden aan anderen worden overgegeven’, ‘overstaptijd’is
‘de tijd die nodig is om in een dienst de autobuschauffeur van de ene busdienst op een andere te laten overstappen’en
‘afrekentijd’is
‘de tijd die wordt gegeven voor het gereedmaken van de afrekening en het storten van het geld.’Het begrip
‘arbeidstijd’(of
‘betaalde tijd’) is gedefinieerd als
‘de diensttijd verminderd met de rusttijd.’Van de
‘arbeidstijd uit een dienst’maken
‘betaalde niet-rijwerkzaamheden deel uit, zoals
‘rusttijd’wordt verstaan:
‘iedere periode in de diensttijd op standplaats, waarin langer dan 29 minuten geen werkzaamheden behoeven te worden verricht.’De lengte van minimaal in acht te nemen opstap-, aanrij-, afstap-, overstap- en afrekentijd of die van de pauze en keertijd is in de CAO OV niet geregeld.
‘herstel- c.q. correctietijd’, bedoeld om de buschauffeurs de gelegenheid te geven even de benen te strekken alvorens het rijden wordt hervat of om opgelopen vertraging in te lopen zodat weer op tijd kan worden vertrokken. Deze herstel- en correctietijd was betaalde tijd. In de CAO GVU was deze minimaal gesteld op 8 minuten per omloop.
‘proefpakketten’van diensten en roosters gemaakt. Omdat de totale herstel- en correctietijd per dag daarin uitkwam op 89% van die welke laatstelijk onder de CAO GVU was opgenomen (te weten: 215 in plaats van de toenmalige 241 uren per dag), werd door de vakbonden voor het verdere traject groen licht gegeven. Ook de bij het overleg betrokken keuringscommissie vond dit - voor de werknemers nadelige - verschil in herstel- en correctietijd acceptabel.
‘Referentiesheets Utrecht-Stad’(hierna te noemen de referentiesheet 2016). Daarin zijn met het oog op de op stapel staande harmonisatie van de werktijdregeling, in aanvulling op de dan toepasselijke CAO OV, nadere afspraken gemaakt. Over de lengte van de minimaal in acht te nemen hersteltijd zijn in de referentiesheet 2016 echter geen afspraken gemaakt. De
‘minimum keertijden’, omschreven als
‘de benodigde tijd om de bus van de uitstapplaats naar de instapplaats te rijden op een busstation of eindpunt’, is voor de verschillende busstations en eindpunten wèl vastgesteld (veelal op 0, 1 of 2 minuten).
‘bijna 84% van de rust- en hersteltijd’was gehandhaafd en dat er daarom
‘meer dan voldoende rust- en hersteltijd in de pakketten na harmonisatie’zit. Tijdens door de ondernemingsraad eind mei 2016 gehouden
‘inloopsessies’bleek dat er onder de chauffeurs
‘veel zorg (was) over de rijtijden en opvang vertraging.’
‘Convenant transitie cao GVU-cao OV’, waarin is bepaald dat op de werknemers van QBuzz, werkzaam in het Utrechtse stadsvervoer, met ingang van 1 juli 2016 - bij het ingaan van de zomerdienstregeling - de CAO OV van toepassing zal zijn. Uit dit convenant:
‘Partijen zijn de afspraken in dit convenant overeengekomen met als uitgangspunt dat dit op jaarbasis voor medewerkers niet leidt tot meer werkuren tegen tenminste hetzelfde inkomen. Het convenant is alleen van toepassing op werknemers die in dienst zijn op 30 juni 2016 en voor wie op dat moment de cao GVU toegepast wordt.’Onder de kop
‘Arbeidstijd’is in het convenant onder 2 bepaald:
‘De arbeidstijd in de cao OV is voor werknemers met een betaalde pauze korter, omdat in de roosters voldoende hersteltijd blijft opgenomen. Partijen hebben vastgesteld dat er geen noemenswaardige verschillen verwacht worden in rust- en hersteltijden. Mocht dit in de praktijk negatief gaan afwijken, dan zal na overleg met de keuringscommissie en instemmingsprocedure met de OR, opnieuw naar deze tijden worden gekeken (-).’Over de
‘Chauffeursdiensten’bepaalt het convenant:
‘Voor het maken van diensten van chauffeurs wordt onverkort de cao OV en Bijlage 11 toegepast. Echter wel met een aantal specifieke afspraken voor Utrecht Stad. Een aantal (niet uitputtende) kenmerken van het nieuwe dienstenpakket Stad gebaseerd op de cao OV en Bijlage 11 uit die cao zijn:
‘Deze referentiesheet wordt jaarlijks in overleg tussen zeggenschap en medezeggenschap geactualiseerd’, aldus het convenant.
‘sociaal karakter’dat de werknemers van de roosters uit de CAO GVU-tijd gewend waren miste.
‘opgedane ervaring ingebracht kan worden bij het tot stand komen van nieuwe roosters per december 2016’, aldus de gezamenlijke verklaring van QBuzz en ondernemingsraad van 15 juni 2016.
‘(o)nvoldoende hersteltijd alle lijnen (alleen de late diensten zijn redelijk).’
‘Dat ligt bij de OR. Wij hebben hier geen goed handvat voor’, aldus de keuringscommissie.
‘De diensten die voorgelegd zijn aan de dienstenkeuring in de onderhandelingsronde cao harmonisatie lieten in eerste instantie zien dat er voldoende rust en hersteltijd in de diensten werd toegepast (-). In plaats van 241 uren kwam [B] (manager Vervoerontwikkeling) op 215 uren uit. Dit gegeven is getoetst door de dienstenkeuring en aan de hand van dit gegeven is er groen licht gegeven. Pas in juni bleek de rust teruggebracht te zijn naar 153 uur. Op basis van de referentiesheet bleek dit ook mogelijk maar gaat volledig voorbij aan eerdere afspraken en het convenant artikel 2 (-). Niet alleen voldoende rust en hersteltijd in de dienst is een lopende discussie tussen OR en directie. De uitleg van de definitie overstaptijd en opstaptijd is door de dienstenkeuringen ter discussie voorgelegd. Er wordt geen overstaptijd en opstaptijd op CS verleend terwijl dit wel noodzakelijk is. Verder wordt er geen afrekentijd zoals afgesproken toegekend (-).’De ondernemingsraad deed voorstellen voor de referentiesheet 2017 en verzocht om daarin ook de opstaptijd, afstaptijd, hersteltijd en afrekentijd te regelen. Het voorstel van de ondernemingsraad om na elke twee uur rijden 10 minuten aaneengesloten rust- en hersteltijd op te nemen, was voor QBuzz vanwege de daaraan verbonden kosten niet aanvaardbaar.
‘beter rijdbaar’maakt. Ook de gewijzigde opstaptijd werd
‘een verbetering’genoemd. Maar voor de ondernemingsraad bleef er
‘discussie over de rust/hersteltijd’:
‘Het aantal minuten(keer-, opstap- en afstaptijd, ktr.)
dat we er bij hebben gekregen is geen rust tijd maar benodigde werktijd. Dit is niet verhelderend.’
‘Verbetering van de diensten’schreef QBuzz onder meer:
‘In de nieuwe diensten komt veel meer correctietijd/keertijd. Dit is de tijd tussen 2 dienstregelingsritten die minimaal nodig is om op tijd te kunnen vertrekken met de aansluitende rit én die gebruikt kan worden ter ontspanning voor de chauffeur. In de GVU-tijd heette dit ‘herstel- en correctietijd’, maar beide begrippen staan voor hetzelfde: zorgen voor goed rijdbare diensten voor chauffeurs door (-) aan het eind van een omloop correctietijd in te bouwen. Voor alle duidelijkheid: correctietijd is natuurlijk wat anders dan de wettelijke pauze. Dat dit onderwerp op dit moment tot veel discussiestof leidt, weten we. Ook met de ondernemingsraad is er veel overleg over dit ingewikkelde onderdeel. Het doel van bedrijf en OR is en blijft dat de diensten goed rijdbaar moeten zijn en de correctietijd is daar een belangrijk onderdeel van. Door diverse aanpassingen komt er per 11 december veel meer correctietijd (-).’Over de op- en afstaptijd in de nieuwe dienstregeling schreef QBuzz:
‘In het huidige dienstenpakket van Utrecht Stad staat 5 minuten voor de opstaptijd (en 6 voor de elektrische bussen). Het blijkt dat lopen, installeren, opstarten van systemen, enz. bij het begin van de dienst aan de stalling Europalaan toch meer tijd vergt. Vanaf december wordt de tijd in de diensten die hiervoor staat daarom verhoogd naar 7 minuten (en 8 minuten voor de elektrische bussen). Anderzijds is de huidige afstaptijd met 2 minuten wel weer ruim bemeten. Hier gaat een minuutje af. (-) De totale tijd per dienst voor de op- en afstapactiviteiten neemt dus uiteindelijk met 1 minuut toe (-).’
‘Vooral rust en hersteltijd in de diensten is aanleiding om niet tot instemming over te gaan met de diensten (-). De basis van de diensten zijn de afspraken in de referentiesheet. Deze is niet ter instemming voorgelegd aan de ondernemingsraad.’De ondernemingsraad verwees naar de eerdere correspondentie over het onderwerp.
3.Het verzoek van QBuzz en het daartegen gevoerde verweer
4.Het tegenverzoek van de ondernemingsraad
5.De beoordeling van het geschil
‘Wij weten natuurlijk welke discussie we nog hebben over de rust/hersteltijd’). Ook bij het toen inmiddels gestarte overleg over een referentiesheet voor 2017 was de inzet van de ondernemingsraad er mede op gericht dat daarin een concrete norm voor de hersteltijd zou worden opgenomen, zo blijkt uit de opmerking van de heer [C] van QBuzz in zijn e-mail van 27 oktober 2016 aan de voorzitter van de ondernemingsraad (
‘Even daargelaten de discussie over de keertijden… waar is deze laatste versie van de referentiesheet volgens de OR nog te corrigeren?’) en uit de reactie van de voorzitter van de dag erna (
‘Ten aanzien van de rust en hersteltijd ken je onze mening’).
‘Vooral de rust en hersteltijd in de diensten is aanleiding om niet tot instemming over te gaan met de diensten’), maar gezien de gedachtewisseling die daaraan in de loop van 2016 tussen partijen vooraf was gegaan, was het QBuzz daarmee duidelijk waarom de ondernemingsraad zijn instemming onthield en kon de raad van een uitvoeriger toelichting afzien. Dat de kwestie die daar in de loop van het jaar doorheen is gaan spelen, en waarin het gaat om de vraag of QBuzz aan de ondernemingsraad om instemming met de referentiesheet 2016 had moeten vragen, is daarmee in dit geding niet relevant. In dit geding gaat het immers over de vraag of is voldaan aan het onder 2 van het convenant van 7 juni 2016 omschreven vereiste (van - kort gezegd - het ontbreken van noemenswaardige verschillen in rust- en hersteltijden) en is niet in geschil dat de referentiesheet van 2016 geen concrete norm over de hersteltijd bevat.
‘herstel- c.q. correctietijd’opgenomen dat deze minimaal 1/6 deel van de 85-percentielwaarde bedroeg, hetgeen meebracht dat
‘(d)e ondergrens per omloop (was) vastgesteld op resp. 2 en 6 minuten op de eindpunten van de betrokken lijn(en).’Dit is de zogenoemde 2/6-regel. QBuzz heeft niet betwist dat toepassing van die regel er tot en met 1 juli 2016 toe leidde dat er per dag 241 uren aan herstel- en correctietijd in de roosters was opgenomen en dat daarin de tijd die gemoeid is met het keren van de bus, zijnde rijtijd, niet was begrepen. De CAO OV kent niet deze 2/6-regel, maar de kennelijke strekking van het convenant van 7 juni 2016 is dat de daarmee verband houdende herstel- en correctietijd ‘niet noemenswaardig’ zou verminderen. Waar de ondernemingsraad, (net als het convenant) sprekende over
‘rust- en hersteltijd’, kennelijk doelt op deze (betaalde) tijd, die bedoeld is om chauffeurs de kans te geven een opgelopen vertraging in te lopen en om even te ontspannen voordat zij weer gaan rijden, daar is QBuzz in de loop van 2016 gaan spreken over
‘layover’-tijd, een term die afkomstig is van het door haar gebruikte Hastus-systeem, als de tijd waarin zowel keer-, als rust- en hersteltijd is inbegrepen. Daarmee gaat zij voorbij aan de nadrukkelijke terminologie van de CAO OV en de daarbij behorende Bijlage 11, waarin onder
‘arbeidstijd’(
‘betaalde tijd’) de diensttijd verminderd met de
‘rusttijd’wordt verstaan. Met deze (niet-betaalde)
‘rusttijd’wordt bedoeld:
‘iedere periode in de diensttijd op standplaats, waarin langer dan 29 minuten geen werkzaamheden behoeven te worden verricht’en dat is dus iets anders dan de (betaalde) herstel- en correctietijd in de zin van de CAO GVU. Waar de ondernemingsraad in dit geding, net als hij bij brief van 18 augustus 2016 al had gedaan, heeft gesteld dat de hersteltijd, die bij de proefneming van eind 2015/begin 2016 nog 215 uren per dag (89% van 241) bedroeg, in de zomerdienstregeling was teruggebracht naar 153 uren per dag (63% van 241) en dat in de winterdienstregeling per dag 188 uren aan herstel-, correctie- en keertijd is opgenomen, daar heeft QBuzz dit niet voldoende gemotiveerd betwist. Ook indien eraan zou worden voorbijgegaan dat - zoals de ondernemingsraad heeft benadrukt - QBuzz aldus appels met peren vergelijkt, zou de successievelijke vermindering van de ‘adempauze’ van de chauffeurs door de inroostering van herstel- en correctietijd neerkomen op een daling tot respectievelijk 89% (proefpakketten), bijna 84% (blijkens de opgave van [A] op 24 mei 2016), 63% (in de zomerdienstregeling) en 78% (in de winterdienstregeling). Het moge zo zijn dat de maatstaf van het convenant (‘geen noemenswaardige verschillen’) enige ruimte laat voor vermindering van de hersteltijd, maar de ondernemingsraad heeft redelijkerwijs mogen concluderen dat met een vermindering naar (ingeval de keertijd wordt meegewogen: minder dan) 78% die ruimte te buiten ging. Hoe een en ander zich verhoudt tot hetgeen QBuzz heeft gesteld over het aantal minuten ‘keertijd’ dat de winterdienstregeling per ‘omloop’ kent (7,2 minuten tegenover 8 minuten vóór harmonisatie) kan in het midden blijven, al was het maar omdat zij die berekening niet nader heeft onderbouwd en zich daarbij opnieuw de hierboven bedoelde begripsverwarring doet gevoelen.