Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 30 september 2013 werd verzoeker met een mes gestoken door verweerder, die hiervoor in 2014 werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en schadevergoeding van €9.813,39. Verzoeker ontving dit bedrag van het Schadefonds geweldsmisdrijven. Vervolgens verzocht verzoeker de rechtbank om vaststelling van aanvullende schadevergoeding, stellende dat de geleden schade hoger is dan het ontvangen bedrag.
De advocaat van verzoeker deed in oktober en november 2016 voorstellen tot schaderegeling aan verweerder, waarop geen reactie kwam. De rechtbank overweegt dat de deelgeschilprocedure bedoeld is om onderhandelingen te versnellen of een impasse te doorbreken, maar dat er in deze zaak geen onderhandelingen zijn geweest.
Omdat verweerder niet reageerde en er geen onderhandelingsproces is gestart, is niet voldaan aan de voorwaarde voor de deelgeschilprocedure. Verzoeker wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst erop dat kort geding of dagvaardingsprocedure meer passend zijn om het geschil te beslechten. Er wordt geen beslissing genomen over de inhoudelijke aansprakelijkheid of schadevergoeding.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van onderhandelingen tussen partijen.