Uitspraak
De pr
ocedure
De feiten
De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzet van opposant tegen het verstekvonnis van faillietverklaring van 13 december 2016. Opposant stelde dat de vorderingen waarop de faillietverklaring was gebaseerd niet juist waren en dat de vonnissen in hoger beroep zouden worden vernietigd vanwege nieuwe feiten en een kennelijke vergissing.
De rechtbank constateerde dat opposant niet volledig en naar waarheid de voor de beslissing relevante feiten had aangevoerd, zoals het niet melden van het arrest van het gerechtshof dat het hoger beroep had verworpen. Ook waren de verklaringen van de broers van opposant onvoldoende om nieuwe feiten aan te tonen. Daarnaast werd het verblijf van opposant in Nederland en zijn financiële situatie niet helder en consistent weergegeven.
Gezien deze tekortkomingen concludeerde de rechtbank dat de stellingen van opposant onvoldoende waren onderbouwd en dat het verzet ongegrond moest worden verklaard. Het vonnis van faillietverklaring bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis gehandhaafd.