Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
2.Voorvragen
3.Gronden van de beslissing
ZESENVIJFTIG (56) DAGEN, wordt ten uitvoer gelegd;
Rechtbank Midden-Nederland
Een 19-jarige man is in september 2016 veroordeeld tot 12 maanden jeugddetentie, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer het vermijden van contact met personen op de sanctielijst terrorisme en het onder elektronisch toezicht stellen.
De officier van justitie verzocht in april 2017 de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf omdat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet had nageleefd. De rechtbank stelde vast dat de verdachte inderdaad de voorwaarden had overtreden, onder meer door contact met personen op de sanctielijst en het verwijderen van zijn enkelband.
De rechtbank besloot tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de niet-uitgevoerde straf voor 56 dagen, met aanpassing van de bijzondere voorwaarden. De veroordeelde moet gedurende de resterende proeftijd onder elektronisch toezicht blijven, inclusief het dragen van een enkelband tot het einde van de proeftijd. De straf eindigt op 1 juni 2017 zodat de veroordeelde kan deelnemen aan toetsweken van zijn opleiding aan de Haagse Hogeschool.
De beslissing balanceert tussen het sanctioneren van de overtreding en het bieden van een kans om de opleiding voort te zetten, terwijl het toezicht gehandhaafd blijft tot het einde van de proeftijd.
Uitkomst: De rechtbank gelast gedeeltelijke tenuitvoerlegging van 56 dagen van de voorwaardelijke jeugddetentie en verlengt het elektronisch toezicht met enkelband tot het einde van de proeftijd.