De werknemer is sinds 2001 in dienst bij de werkgever als senior relatiebeheerder. Per 1 januari 2017 moesten werknemers beschikken over specifieke Wft-diploma's om hun werkzaamheden te mogen uitvoeren. De werknemer had deze diploma's niet behaald, ondanks herhaalde aanmaningen en afspraken.
De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en subsidiair op de h-grond. Tevens verzocht zij geen transitievergoeding toe te kennen of deze in termijnen te mogen voldoen.
De werknemer voerde verweer dat de werkgever onvoldoende scholingsfaciliteiten had geboden, zoals studietijd en vergoeding van kosten, waardoor hij niet in staat was de diploma's te behalen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever op grond van artikel 7:611a BW en de Wft verplicht was de werknemer in staat te stellen de noodzakelijke scholing te volgen, waaronder het beschikbaar stellen van werktijd voor studie.
Omdat de werkgever hieraan niet had voldaan, kon het niet behalen van de diploma's niet als verwijtbaar handelen van de werknemer worden aangemerkt. Bovendien had de werknemer inmiddels twee diploma's behaald en verwachtte hij de overige binnen korte tijd te behalen, zodat ontbinding op de h-grond ook niet aan de orde was.
De kantonrechter wees het ontbindingsverzoek af en veroordeelde de werkgever in de proceskosten.