ECLI:NL:RBMNE:2017:2533
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in omgangsregelingprocedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een procedure over een omgangsregeling, omdat hij niet tijdig was geïnformeerd over een zitting die op zeer korte termijn was gepland. Hij stelde dat dit in strijd was met het Procesreglement familie- en jeugdrecht en het recht op een redelijke verweertermijn volgens het EVRM.
De rechter verdedigde de spoedzitting met het belang van het kind en de noodzaak om ernstige zorgen over de omgang te onderzoeken. Er was een schriftelijke oproep verzonden en de gezinsvoogd had partijen geïnformeerd. De wrakingskamer oordeelde dat procesbeslissingen zoals het plannen van een zitting in beginsel niet door haar kunnen worden getoetst, tenzij sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
De kamer vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of schending van de goede procesorde. De beslissing om de zitting door te laten gaan was begrijpelijk en gericht op het belang van het kind. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet in de stand van zaken voor de wraking.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.