Het college van burgemeester en wethouders van Almere nam een verkeersbesluit om een parkeerplaats aan te wijzen voor het opladen van elektrische voertuigen. Eiser maakte bezwaar tegen de locatie en stelde dat het besluit leidt tot een substantiële verzwaring van de parkeerdruk, aantasting van zijn uitzicht en onveiligheid voor fietsers en brommers. Ook voerde hij aan dat de procedure onzorgvuldig was verlopen.
De rechtbank stelde vast dat het bestuursorgaan een ruime beoordelingsmarge heeft bij het afwegen van belangen en dat de gekozen locatie niet onveilig is. De oplaadpaal staat op een verlichte plek aan de kopse kant van twee parkeervakken, en het snoer vormt geen reëel gevaar voor fietsers. De rechtbank vond dat de belangenafweging niet zodanig onevenwichtig was dat het besluit onredelijk was.
Verder concludeerde de rechtbank dat de procedure ondanks erkenning van enige onzorgvuldigheid niet zodanig was dat het besluit niet redelijk genomen kon worden. Ook de alternatieve locaties waren minder geschikt geacht vanwege afstand en parkeerdrukverdeling. De aanwezigheid van een particuliere oplaadpaal in de buurt werd niet als alternatief meegewogen omdat deze niet openbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.