ECLI:NL:RBMNE:2017:2758
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen schorsing rijbewijs wegens rijden onder invloed van lachgas
Eiser werd op 9 juli 2012 staande gehouden omdat hij als bestuurder van een motorrijtuig vermoedelijk onder invloed was van lachgas. Verweerder, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, schorste het rijbewijs van eiser en verplichtte hem tot een onderzoek naar het gebruik van psychoactieve middelen. Eiser maakte bezwaar tegen deze maatregel, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat het gebruik van lachgas onverenigbaar is met het besturen van een motorvoertuig omdat het de rijvaardigheid negatief beïnvloedt. Het feit dat eiser een ballon in zijn mond had en er lege slagroompatronen in de auto werden aangetroffen, evenals zijn gedrag tijdens de staande houding, maakten aannemelijk dat hij onder invloed was. De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat hij zelf geen lachgas had ingeademd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de afweging van de politie om eiser door te laten rijden niet afdoet aan de zelfstandige bestuursrechtelijke beoordeling van verweerder. Ook werd geoordeeld dat de procedure niet traag was en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het rijbewijs wegens rijden onder invloed van lachgas wordt ongegrond verklaard.