Eiser, voormalig Europol-ambtenaar, liep tijdens dienstreizen in 2001 ongevallen op en maakte aanspraak op een lumpsumuitkering op grond van het Europol-statuut. De uitkering en rente hierover werden vertraagd door een langdurige procedure en onduidelijkheden over de consolidatie van zijn letsel.
Eiser gaf opdracht aan een advocatenkantoor om hem bij te staan in het geschil met Europol. Door nalatigheid van de advocaat werd niet tijdig bezwaar gemaakt tegen besluiten van Europol, waardoor eiser rente over de lumpsum misliep. De rechtbank oordeelt dat het advocatenkantoor aansprakelijk is voor deze beroepsfouten en dat de werkgever aansprakelijk is voor de fouten van haar werknemer.
De rechtbank stelt vast dat Europol niet verwijtbaar heeft gehandeld in de periode tot 2009, maar dat er na 22 september 2010 sprake was van verwijtbare vertraging. De schade wordt begroot op €5.311,91 rente met wettelijke rente vanaf 5 maart 2014. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.