Vergunninghoudster vroeg een omgevingsvergunning aan voor kamerverhuur van een woning in Lelystad, waarbij zes bewoners werden toegestaan. Het college verleende de vergunning met voorwaarden over maximaal zes bewoners en het voorkomen van overlast. Eisers, buren en bewoners van omliggende percelen, voerden bezwaar aan tegen het besluit en stelden dat het college niet overeenkomstig het kamerverhuurbeleid had gehandeld en dat de woning ongeschikt was.
De rechtbank overwoog dat het college discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken van het bestemmingsplan, mits dit redelijk en gemotiveerd is. Het college had het kamerverhuurbeleid gevolgd, waaronder afstandseisen tot andere kamerverhuurpanden, parkeerregels en overlastbeperking. Eisers konden onvoldoende aantonen dat het beleid onredelijk was toegepast of dat er bijzondere omstandigheden waren die afwijking vereisten.
De rechtbank stelde vast dat de woning geschikt is voor kamerverhuur, dat de parkeerplaats op eigen terrein aanwezig is en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor overmatige overlast. Ook was geen sprake van een gunstiger alternatief of onredelijke planschade. Daarom was het college bevoegd en redelijk om de vergunning te verlenen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.