Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK FEIT 3
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
En mensen veilig te stellen. En ondertussen hoorde ik twee knallen.(…) Ik draaide mij niet meteen om. Ik had de gelegenheid om mijn mensen te beschermen, omdat de deur tegen hem dichtsloeg. De auto reed stapvoets verder. Hij richtte opnieuw. (…) Ik zag dat hij het wapen op mij en de zaak richtte. Daarna werd er geschoten. [3]
Ik maak jullie allemaal kapot.” Kort daarna, na ongeveer 5 á 10 minuten, zag hij de Mercedes weer uit dezelfde richting komen. Hij zag de Pool met het witte polo shirt die eerder uit de auto hing. Hij zag de man op de toegangsdeur van [café] sloeg en daarbij een soort vleesmes vast had. Hij zag dat aan de binnenkant een paar Turken stonden. Hij zag dat de Mercedes wegreed. Enige tijd later zag hij de Mercedes weer de straat inrijden. Diezelfde Pool met de witte polo hing weer uit het raam. Hij zag dat die Pool een pistool in zijn rechterhand had. Hij hoorde drie schoten. [4]
“I am coming back”. [5]
“I’ll come back”. [6]
“ja zes, nummer zes”.Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider aan de getuigenbegeleider mee dat in de getoonde selectie de foto van verdachte op plaats 6 stond. [9]
€ 74.500,- gevonden, terwijl er ook handelshoeveelheden drugs, vier vuurwapens van categorie III, een stroomstootwapen en munitie zijn aangetroffen. Gelet op deze omstandigheden is er een vermoeden dat verdachte dit geldbedrag voorhanden had, terwijl hij wist dat dit afkomstig was uit enig misdrijf. Verdachte heeft over dit geldbedrag verklaard dat dit van hem was en aanvankelijk dat hij dat gespaard heeft over een periode van 11 jaar uit inkomsten verdiend in het buitenland. Uit financieel onderzoek is echter gebleken dat de legale inkomsten van verdachte dusdanig laag zijn die het aangetroffen bedrag niet kunnen verklaren. De aanvullende verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting op 13 juni 2017, dat het geld ook afkomstig is van giften onder andere voor zijn eerste communie en meerdere verjaardagen, is onvoldoende concreet en niet verifieerbaar, zodat dit hoogst onwaarschijnlijk is en geconcludeerd moet worden dat het geldbedrag afkomstig is van enig misdrijf. Er is geen sprake van de kwalificatie-uitsluitingsgrond, nu van een eigen concreet misdrijf door verdachte niet is gebleken. De rechtbank is van oordeel dat het onder 7 ten laste gelegde witwassen wettig en overtuigend bewezen is.
6.BEWEZENVERKLARING
hij op 05 september 2015 te Hilversum, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] en/of een of meer andere zich in en/of voor en/of in de directe nabijheid van [café] bevindende personen van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.BESLAG
11.BENADEELDE PARTIJEN
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 91, 289 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;
13.BESLISSING
- de op de beslaglijst onder 6, 7, 8, 9, 10 en 11 genoemde munitie;
- de op de beslaglijst onder 12, 13, 14, 15, 16 en 17 genoemde (vuur)wapens;
- wijst de vordering van [A] toe tot een bedrag van € 765, -;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2015 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [A] wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 765, - te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.021,40;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2015 tot de dag van volledige betaling
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.021,40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.