ECLI:NL:RBMNE:2017:3242

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juli 2017
Publicatiedatum
29 juni 2017
Zaaknummer
C/16/418972 / HA ZA 16-513
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
  • G.J. van Binsbergen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:54 sub a BWArt. 6:58 BWArt. 7:21 BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing provisionele vordering inzake levering reserveschroeven en proefvaart schip

In deze civiele zaak tussen een Belgische eiser en een Nederlandse BV over de koop van een schip met reserveschroeven vordert de eiseres onder meer de uitkering van een depotbedrag en nakoming van leveringsverplichtingen. De eiser wordt verweten in schuldeisersverzuim te verkeren door de levering en proefvaart te belemmeren.

De rechtbank overweegt dat de geleverde reserveschroeven bij een proefvaart ernstige trillingen veroorzaakten, wat wijst op non-conformiteit. De vraag of de schroeven deugdelijk zijn en kunnen worden aangepast, vereist echter een deskundigenonderzoek. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de vorderingen toewijsbaar zijn.

De rechtbank wijst de gevorderde voorlopige voorziening af en beveelt een comparitie van partijen om verdere procedurele stappen te bespreken, waaronder het instellen van een deskundigenonderzoek naar de deugdelijkheid van de schroeven en eventuele schade aan het schip. Tevens wordt een zitting gepland voor het bevorderen van een minnelijke regeling.

Uitkomst: De provisionele vordering wordt afgewezen vanwege het noodzakelijke deskundigenonderzoek naar de deugdelijkheid van de reserveschroeven.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/418972 / HA ZA 16-513
Vonnis in incident van 5 juli 2017
in de zaak van
[eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro],
wonende te [woonplaats] (België),
eiser in conventie in de hoofdzaak,
verweerder in reconventie in de hoofdzaak,
verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
advocaat mr. B.A. Sturm te Alphen aan den Rijn,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
advocaat mr. M.H.J. Langerak te Utrecht,
[gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro],
wonende te [woonplaats] , gemeente Hof van Twente,
gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak,
verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
advocaat mr. B.A. Sturm te Alphen aan den Rijn.
Partijen zullen hierna [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] , [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] en [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het incidenteel vonnis van 25 januari 2017, waarbij de provisionele vordering van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] tegen [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] is toegewezen en voorts [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] is toegelaten zich in de hoofdzaak in reconventie te voegen aan de zijde van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro]
  • het herstelvonnis van 8 maart 2017, waarbij [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] in de gelegenheid is gesteld tot het nemen van een conclusie na voeging in reconventie
  • de conclusie na voeging in reconventie van [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] van 29 maart 2017
  • de antwoordconclusie na voeging in reconventie van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] van 10 mei 2017
  • de antwoordconclusie na voeging in reconventie van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 223 Rv Pro van 10 mei 2017
  • de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv Pro tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte in conventie van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] van 24 mei 2017
  • de antwoordakte in het incident ex artikel 223 Rv Pro van [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] van 7 juni 2017.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident ex artikel 223 Rv Pro.

2.De vordering in het incident

2.1.
[gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] vordert dat de rechtbank bij incidenteel vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] veroordeelt om zijn medewerking te verlenen aan de uitkering van depotbedrag 3 ad € 20.000,00 doordat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] binnen 2 dagen na betekening van dit incidenteel vonnis notaris [naam notaris] onvoorwaardelijk en onherroepelijk opdracht verstrekt om tot die uitkering aan haar over te gaan, en voorts dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] de uitkering van depotbedrag 3 aan haar zal gehengen en gedogen en meer in het bijzonder deze uitkering niet zal dwarsbomen met het treffen van conservatoire maatregelen dan wel anderszins, dit alles op straffe van een dwangsom van € 25.000,00, te vermeerderen met een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] geen uitvoering geeft aan deze veroordeling, dit met een maximum van € 50.000,00;
en subsidiair:
II. [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] veroordeelt om zijn verplichtingen uit hoofde van de depotovereenkomst en aanvullende (mondelinge) overeenkomst na te komen door haar haar verbintenis tot levering van reserveschroeven en zinkanodes, alsmede het uitvoeren van een (nader overeengekomen) proefvaart met de reserveschroeven onder het schip van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] in aanwezigheid van de door haar aan te wijzen deskundigen, onbelemmerd na te laten komen door daaraan medewerking te verlenen door zijn schip, op een nader door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] op te geven datum die gelegen is tussen twee en vier weken na betekening van dit incidenteel vonnis, bij haar werf af te meren met overhandiging van de sleutels en aldus zijn schip ten minste 24 uur aan haar ter beschikking te stellen ter uitvoering van haar voornoemde verbintenis, dit op straffe van een dwangsom van € 25.000,00, te vermeerderen met een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] geen uitvoering geeft aan deze veroordeling, dit met een maximum van € 50.000,00 dan wel een enige andere door de rechtbank passende (orde)maatregel jegens [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] terzake te treffen;
III. [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] te veroordelen in de kosten van het incident, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente over de nakosten.
2.2.
[gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de vordering omdat [naam 1] , bij wie zij de reserveschroeven heeft ingekocht, bij brief van haar advocaat van 20 maart 2017 rechtsmaatregelen heeft aangekondigd. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] meent daarom dat zij de bodemprocedure ter zake van de kwestie van depotbedrag 3 niet kan afwachten.
[gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] legt aan haar vordering sub I ten grondslag dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] vanaf 24 maart 2016 in schuldeisersverzuim verkeert (artikel 6:58 BW Pro), omdat hij sinds hij op die datum is weggevaren, haar in de periode tot 1 augustus 2016 - en ook nadien - nimmer meer in de gelegenheid heeft gesteld om de levering van de reserveschroeven en de proefvaart onbelemmerd en conform afspraak af te ronden. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] is van mening dat zij op de additionele eisen die [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] is gaan verbinden aan zijn medewerking, niet behoeft in te gaan. Gegeven het schuldeisersverzuim van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] , kan hij zijn daartegenoverstaande verplichting, betaling van € 20.000,00 door medewerking aan vrijgave van depotbedrag 3, niet opschorten (artikel 6:54 sub a BW Pro), noch staat hem daardoor enig ander rechtsmiddel ten dienste waarmee hij haar de opeising van zijn prestatie (betaling) kan beletten. Dit leidt volgens [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] tot de conclusie dat depotbedrag 3 reeds per 1 augustus 2016 moet worden geacht aan haar toe te komen.
Aan haar vordering sub II legt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] ten grondslag dat de afspraak rondom de proefvaart met de nieuwe reserveschroeven voor [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] een verbintenis meebrengt, namelijk dat hij daartoe zijn schip beschikbaar zal moeten stellen aan haar door deze af te meren ter plaatse van haar werf en met overhandiging aan haar van de benodigde sleutels, dit ten behoeve van de montage van de reserveschroeven en het houden van een proefvaart. Als [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] als koper van de reserveschroeven deze niet in ontvangst neemt, verkeert hij in schuldeisersverzuim, terwijl hij tevens als schuldenaar ten aanzien van de verplichting tot inontvangstneming wanprestatie pleegt jegens haar als verkoper, die dan als ‘schuldeiser’ van die medewerkingsverbintenis kan worden beschouwd. Deze subsidiaire provisionele vordering strekt dan ook tot nakoming van deze medewerkingsverbintenis van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] . Voorts stelt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] ook bij wijze van ordemaatregel - bij wijze van voorlopige voorziening - kan worden bevolen om thans de van hem verlangde medewerking te verlenen, teneinde daarmee een voortdurende impasse (en een aldoor uitbreidend conflict tot gevolg) te doorbreken.

3.Het verweer in het incident

3.1.
[eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] voert tegen de vordering aan dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] zelf door het starten van (twee) incidenten een spoedige beslissing op de door partijen ingestelde vorderingen in de weg staat. Verder is [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] van mening dat een belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen omdat de depotovereenkomst bepaalt dat, bij een tekortkoming van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] in de verplichting om voor 1 augustus 2016 (deugdelijke) reserveschroeven te leveren aan hem, het bedrag van depot 3 aan hem moet worden uitgekeerd. Daarnaast voert [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] aan dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] heeft al die maanden lang geen enkel concreet voorstel gedaan voor levering en uittesten van deugdelijke reserveschroeven. Hij betwist dat hij in schuldeisersverzuim verkeert, samengevat op grond van het volgende:
a. hij heeft [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] telkens verzocht (en zelfs gesommeerd) om alsnog de verplichtingen na te komen;
b. hij heeft aangegeven dat het schip beschikbaar zou zijn zodra dat nodig was; in verband met de beperking van genotsderving die partijen waren overeengekomen, zouden de werkzaamheden wel in de omgeving van de thuishaven moeten plaatsvinden, zoals ook eerder (in hat najaar van 2015 en begin januari 2016) gebruikelijk was;
c. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] heeft hieraan ten onrechte en zonder enige grond de conclusie verbonden dat hij niet wilde meewerken aan de nakoming van haar verplichtingen; zij heeft zichzelf zonder enig voorbehoud gestort op het ongegronde standpunt dat hij in schuldeisersverzuim was, zodat zij mocht opschorten dan wel niet kon nakomen;
d. nu het standpunt van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] ten aanzien van schuldeisersverzuim niet correct en ongegrond is, is [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] in verzuim geraakt met de nakoming van haar verplichtingen.
Verder voert [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] aan dat hij aanspraak heeft gemaakt op levering van deugdelijke reserveschroeven, maar dat die verplichting niet door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] is nagekomen. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] heeft ervoor gekozen om niet identieke schroeven te leveren. Hij kan niet instemmen met levering van andere dan identieke schroeven als niet de uitdrukkelijke bevestiging van [naam 2] wordt verkregen dat deze schroeven geschikt zijn voor dit schip.
3.2.
[gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] kan zich volledig vinden in de in het incident ex artikel 223 Rv Pro geformuleerde eis en voor de daartoe aangedragen gronden, zij het dat hij van mening is dat de door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] gevorderde bedragen rechtstreeks aan hem als pandhouder dienen te worden voldaan.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
Voor een provisionele vordering als bedoeld in artikel 223 Rv Pro is, naast samenhang met de vordering in de hoofdzaak, vereist dat de eisende partij voldoende belang bij de vordering heeft. Dat is het geval indien niet van haar kan worden gevergd dat zij de afloop van de bodemprocedure afwacht. Daarnaast dient de rechtbank de wederzijdse belangen af te wegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de bodemprocedure en van de proceskansen van partijen daarin.
4.2.
[gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt. Bij een voorziening in de vorm van betaling van een geldsom is dat in verband met het restitutierisico meestal alleen het geval indien de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.
4.3.
In de depotovereenkomst is vastgelegd dat € 20.000,00 van de koopprijs van het schip bij notaris [naam notaris] in depot wordt gehouden voor de levering van reserveschroeven en bijbehorende zinkanodes door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] aan [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] . In artikel 4 van Pro de depotovereenkomst is bepaald dat de notaris gerechtigd is depotbedrag 3 met rente aan [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] uit te keren, als uiterlijk 1 augustus 2016 voor dat depotbedrag nog geen gelijkluidende opdracht is verstrekt en ook geen gerechtelijke procedure aanhangig is die uitsluitsel dient te geven over de gerechtigdheid tot het depotbedrag. In dit geding staat vast dat er geen gelijkluidende opdracht is verstrekt en dat er wel tijdig een procedure betreffende depotbedrag 3 aanhangig is gemaakt. Dit verhindert derhalve de teruggave van depotbedrag 3 aan [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] .
4.4.
In dit incident is aan de orde of depotbedrag 3 als voorschot aan [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] kan worden doorbetaald. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] en [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] zijn het erover eens dat de door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] aan [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] geleverde reserveschroeven bij de proefvaart in maart 2016 niet naar behoren functioneerden. De reserveschroeven veroorzaakten ernstige trillingen in het schip. Om die reden is besloten de proefvaart voortijdig af te breken en de bestaande schroeven onder het schip te herplaatsen. Daaruit kan voorshands worden afgeleid dat de geleverde reserveschroeven ondeugdelijk waren en dus niet beantwoorden aan de koopovereenkomst. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] verwijt [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] dat hij haar vervolgens niet in de gelegenheid heeft gesteld om de reserveschroeven na aanpassing te leveren. De vraag is of dat verwijt terecht is. Volgens [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] wijken de door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] geleverde reserveschroeven qua materiaal en vorm af van de bestaande schroeven en kan het goed mogelijk zijn dat de reserveschroeven nooit meer helemaal passend kunnen worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] in dat geval deze reserveschroeven niet aan [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] had mogen adviseren. Bovendien geldt dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] op grond van het bepaalde in artikel 7:21 BW Pro vervanging van de afgeleverde reserveschroeven kan eisen, tenzij de afwijking van het overeengekomene te gering is om dat te rechtvaardigen. De vraag of de geleverde reserveschroeven überhaupt deugdelijk zouden kunnen zijn, de vraag of die schroeven na aanpassing deugdelijk kunnen worden geacht, alsmede de vraag of de afwijking van de bestaande schroeven te gering is om vervanging van de geleverde reserveschroeven te rechtvaardigen, kunnen niet worden beantwoord zonder een onderzoek door een deskundige. Dit staat aan toewijzing van de primaire en subsidiaire vorderingen in de weg. Die zullen derhalve worden afgewezen.
4.5.
[gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 579,00 (1 punt x tarief € 579,00).
De rechtbank ziet aanleiding om jegens [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] geen kostenveroordeling uit te spreken.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

In conventie en in reconventie

5.1.
De rechtbank zal opnieuw een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
5.2.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
5.3.
De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.
5.4.
Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
5.5.
Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen.
5.6.
Zoals hiervoor onder 4.4 is overwogen, zal een deskundigenonderzoek noodzakelijk zijn naar de deugdelijkheid van de geleverde reserveschroeven. Ook wil de rechtbank een deskundigenonderzoek aan de orde stellen naar de vraag of en in welke omvang door de geleverde reserveschroeven schade bij de proefvaart aan het schip is toegebracht. Verder zal ter zitting de wenselijkheid worden besproken van een deskundigenonderzoek naar de overige problemen bij het schip.
5.7.
Ter bevordering van een doelmatige behandeling van de zaak verzoekt de rechtbank aan elk van partijen uiterlijk veertien dagen voor de comparitie aan de rechtbank en de wederpartijen een tijdens de comparitie te nemen akte toe te zenden, die een overzicht bevat van de geschilpunten die aan een deskundige moeten worden voorgelegd, de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen, het vakgebied van de deskundige(n) en, zo mogelijk, de naam van deze deskundige(n). Partijen zouden zich daarover ook voorafgaande aan de zitting met elkaar kunnen verstaan, teneinde op zoveel mogelijk punten reeds overeenstemming te bereiken.

6.De beslissing

De rechtbank
in het incident
6.1.
wijst het gevorderde af,
6.2.
veroordeelt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] tot op heden begroot op € 579,00,
in de hoofdzaak
6.3.
beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. G.J. van Binsbergen in het gerechtsgebouw te Utrecht aan het Vrouwe Justitiaplein 1 op
donderdag 9 november 2017van
13:30tot
15:30uur,
6.4.
bepaalt dat [eiser in conventie in de hoofdzaak/verweerder in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] en [gevoegde partij in reconventie in de hoofdzaak/verweerder in het incident ex artikel 223 Rv Pro] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak/eiseres in reconventie in de hoofdzaak/eiseres in het incident ex artikel 223 Rv Pro] dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens, hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,
6.5.
bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen,
binnen twee wekenna de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank - ter attentie van de roladministratie van de Afdeling civiel recht - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de maanden november en december 2016 en januari 2017,
6.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. van Binsbergen en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2017. [1]

Voetnoten

1.type: GB (4333)