Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Verloop van de procedure
- verzoekster met haar advocaat mr. F.H.P. van Venetien en vergezeld van een tolk;
- de heer [A] , zoon van verzoekster;
- mr. C. Hartman, namens het Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V..
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, erfgenaam van haar overleden echtgenoot, heeft de nalatenschap zuiver aanvaard. Zij verzoekt de rechtbank om machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden, dan wel ontheffing van de verplichting om een schuld uit eigen vermogen te voldoen, omdat zij pas na aanvaarding bekend werd met een openstaande PGB-vordering van het Zilveren Kruis Zorgkantoor.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke verdeling van toepassing is en dat alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, waardoor geen vereffening heeft plaatsgevonden. Verzoekster stelt dat zij de schuld niet kende en ook niet behoorde te kennen, omdat correspondentie naar een ander adres werd gestuurd en zij de administratie had uitbesteed.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster de schuld niet kende, maar dat zij deze wel behoorde te kennen. Zij had de administratie moeten raadplegen en wist dat er PGB-gelden werden ontvangen voor zorg die zij zelf leverde. Bovendien is gebleken dat het Zorgkantoor de correspondentie ook naar het woonadres van verzoekster heeft gestuurd. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot beneficiaire aanvaarding nalatenschap wordt afgewezen omdat de erfgenaam de schuld behoorde te kennen.