Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 april 2017
- de akte na tussenvonnis van Fiducre d.d. 17 mei 2017.
2.De verdere beoordeling
Eiseres heeft per 6 juli 2016 hoofdelijk van gedaagde sub 1 en sub 2 te vorderen wegens de restant verschuldigde hoofdsom van € 26.882,34 (opeisbaar gesteld in september 2009) en te vermeerderen met de reeds vervallen overeengekomen rente (zijnde 5,68% per jaar; zie artikel 6.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden) van € 11.506,87, zodat de totale vordering beloopt een bedrag van € 38.389,21 te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf 6 juli 2016.”
€ 800,00(2 punten x tarief € 400,00)