ECLI:NL:RBMNE:2017:3683
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende belangenverstrengeling
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. D.J. van Maanen, rechter in een kort geding waarin zij partij was. Zij stelde dat mr. Van Maanen een nevenfunctie bekleedde bij de gedragscodecommissie van Bouwend Nederland, die het bouwbedrijf van haar man had geroyeerd, en dat dit belangenverstrengeling kon opleveren. Dit verzoek werd behandeld op 7 juli 2017 en ongegrond verklaard.
Na deze uitspraak diende verzoekster een tweede wrakingsverzoek in, waarbij zij tevens stelde dat mr. Van Maanen onwaarheden had verteld over het toelaten van te laat ingediende stukken. De wrakingskamer oordeelde dat dit tweede verzoek niet tijdig was ingediend, omdat verzoekster al voor de eerste zitting op de hoogte was van de nevenfunctie van de rechter. Tevens werd geoordeeld dat het indienen van een tweede verzoek direct na de afwijzing van het eerste verzoek misbruik van het wrakingsmiddel vormde.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in dezelfde procedure niet in behandeling zou worden genomen. De procedure met kenmerk C/16/440233 / KG ZA 17/412 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. D.J. van Maanen is niet-ontvankelijk verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.