Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 januari 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
€ 496,-) als kosten voor verleende rechtsbijstand. Als reiskosten van eiser komen op grond van artikel 2 van Pro het Bpb voor vergoeding in aanmerking de kosten per openbaar middel van vervoer laagste klasse. Dit leidt tot een vergoeding van € 11,10. De totale vergoeding voor de proceskosten bedraagt dus (744 + 11,10 =) € 755,10. Op grond van artikel 8:74 van Pro de Awb dient verweerder ook het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. Op het in bezwaar gedane verzoek om vergoeding van de kosten van juridische bijstand dient verweerder bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar te beslissen.