Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
Deze zaak betreft een geschil tussen Stedin Netbeheer B.V. en twee gedaagden over aansprakelijkheid voor energiediefstal via een hennepkwekerij in een pand te [plaatsnaam]. Stedin vordert betaling van energiekosten, waarbij onduidelijkheid bestaat over de huurovereenkomst tussen de eigenaar van het pand ([gedaagde sub 1]) en de vermeende huurder ([gedaagde sub 2]).
Tijdens de comparitie heeft [gedaagde sub 1] het originele huurcontract overgelegd, maar [gedaagde sub 2] betwist dat zijn handtekening op dat contract staat en is niet verschenen. Stedin moet daarom bewijzen dat de handtekening authentiek is. De rechtbank wijst erop dat zonder een contractuele relatie de eigenaar niet automatisch aansprakelijk is voor energiediefstal.
De rechtbank bespreekt de zorgplicht van een eigenaar en benadrukt dat deze niet kan worden opgevat als een risicoaansprakelijkheid zonder concrete verwijtbare gedragingen. Stedin heeft onvoldoende onderbouwd welke concrete onrechtmatige gedragingen van [gedaagde sub 1] zijn gepleegd. Daarom wordt de vordering tegen [gedaagde sub 1] afgewezen. De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering omtrent de handtekening van [gedaagde sub 2].
Uitkomst: De vordering tegen de eigenaar wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van aansprakelijkheid; bewijslevering over huurovereenkomst wordt aangehouden.