ECLI:NL:RBMNE:2017:3922
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Veenendaal
- K. de Meulder
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde schoolgebouw en grond met geschil over restwaarde en onderhoudskosten
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarden van een schoolgebouw voor beroepsonderwijs en de daarbij behorende grond en opstallen, vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2014. De gemeente stelde de waarden vast op respectievelijk € 2.833.000 en € 289.000, welke door eiseres werden betwist met een lagere taxatiewaarde.
De rechtbank oordeelt dat de waardering op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde een geschikte methode is en dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Het geschil concentreert zich op de restwaarde en de hoogte van de excessieve onderhoudskosten. De rechtbank stelt vast dat het gebouw op de waardepeildatum nog bruikbaar was en een economische waarde had, waarbij de toegepaste restwaardepercentages binnen redelijke bandbreedtes lagen.
Ten aanzien van de excessieve onderhoudskosten heeft de gemeente een percentage van 10% gehanteerd, wat voldoende onderbouwd is met het oog op het noodzakelijke herstel en het feit dat het gebouw nog in gebruik was. Eiseres heeft geen overtuigend bewijs geleverd voor een hoger percentage.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarden redelijk zijn en verklaart het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en de waarden worden gehandhaafd.