Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uit andere hoofde gedetineerd in de [verblijfplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op 13 januari 2017 pleegden verdachte en zijn mededaders een woninginbraak in Weesp waarbij een zonnebril werd gestolen. Verdachte bekende het ingooien van een ruit en het binnengaan van de woning op zoek naar waardevolle spullen. Camerabeelden toonden drie personen bij de woning, waaronder verdachte en een medeverdachte, die samen de achtertuin betraden en de woning binnengingen.
De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, ook het medeplegen werd bevestigd op basis van de camerabeelden en verklaringen. Verdachte ontkende het alleen te hebben gedaan en beweerde niets te hebben meegenomen, maar dit werd verworpen.
De rechtbank hield rekening met recidive en de ernst van het feit, maar ook met de positieve toekomstplannen van verdachte en het reclasseringsadvies. Daarom werd een gevangenisstraf van 3 maanden opgelegd, waarvan 1 maand voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar, plus een taakstraf van 150 uur.
De benadeelde partij vorderde €3.000,- immateriële schade, waarvan €500,- werd toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade en veroordeeld tot betaling met wettelijke rente. Bij niet-betaling volgt 10 dagen hechtenis.
Het vonnis werd uitgesproken op 21 juli 2017 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland te Lelystad.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf waarvan 1 maand voorwaardelijk en 150 uur taakstraf wegens medeplegen woninginbraak met diefstal.