Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in / verblijvende te [verblijfplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op 13 januari 2017 vond een woninginbraak plaats aan een adres te Weesp waarbij een zonnebril werd gestolen. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar werd herkend op camerabeelden als een van de drie personen die zich bij de woning ophielden. Medeverdachte bekende de ruit te hebben ingegooid en de woning te zijn binnengedrongen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was, gelet op de beelden waarop hij met een lamp op het hoofd en handschoenen in de achtertuin werd gezien, en de tijdsverlopen die duidden op dezelfde personen. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts op de uitkijk stond en dat de beelden onvoldoende waren, maar dit werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het primair ten laste gelegde bewezen en strafbaar, en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden, rekening houdend met recidive en het reclasseringsadvies. Daarnaast werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor immateriële schade van €500 aan de benadeelde partij, met wettelijke rente en een dwangsom bij niet-betaling.
De rechtbank wees de benadeelde partij deels niet-ontvankelijk voor het hogere schadebedrag en bepaalde dat dit via de burgerlijke rechter moet worden afgedwongen. Verdachte werd vrijgesproken van het subsidiaire ten laste gelegde en de voorlopige hechtenis werd verrekend met de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor medeplegen van woninginbraak en diefstal.