In deze strafzaak werd een 32-jarige man uit Hilversum veroordeeld voor poging tot diefstal uit de woning van een hoogbejaarde man door middel van een babbeltruc. De verdachte en een mededader benaderden het slachtoffer onder het voorwendsel van een medewerker van het Rode Kruis. Terwijl de vrouw het slachtoffer afleidde, betrad de verdachte ongezien de woning. De poging werd verijdeld toen het slachtoffer polshoogte nam en de verdachte vluchtte.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met een ander de woning betrad met het oogmerk goederen weg te nemen. De verklaring van het slachtoffer, de aangetroffen blocnote met aantekeningen en de waarnemingen van de politie ondersteunden dit. De verdachte ontkende, maar zijn verklaring werd door de rechtbank als ongeloofwaardig verworpen.
Voor een tweede tenlastelegging, diefstal met geweld van een Swarovski sieraad, sprak de rechtbank de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 4 maanden geëist voor de poging tot diefstal bij de hoogbejaarde man. De rechtbank volgde dit en legde een gevangenisstraf van 4 maanden op, rekening houdend met de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het samenwerkingsverband tussen de daders.
De rechtbank wees een gebiedsverbod af omdat dit te ruim was geformuleerd en praktisch moeilijk handhaafbaar. De tijd in voorarrest wordt op de straf in mindering gebracht. Het vonnis werd uitgesproken op 28 juli 2017 door de rechtbank Midden-Nederland.