ECLI:NL:RBMNE:2017:4091
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Vegter
- K.G. van de Streek
- G. van de Beek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag en openlijk geweld wegens onvoldoende bewijs
Op 10 april 2017 vond te Hilversum een steekincident plaats waarbij de benadeelde partij werd gestoken met een mes door een medeverdachte. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, zware mishandeling en openlijk geweld in vereniging met de medeverdachte. Tijdens de terechtzitting op 25 juli 2017 heeft de rechtbank de standpunten van de officier van justitie, de verdediging en de benadeelde partij gehoord.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de poging doodslag en zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist dat de medeverdachte een mes bij zich had en ermee instemde dat de benadeelde werd gestoken. Voor het meest subsidiair ten laste gelegde openlijk geweld werd een veroordeling gevorderd omdat verdachte de benadeelde zou hebben vastgepakt tijdens het steken.
De verdediging stelde dat verdachte geen betrokkenheid had bij het geweld en dat er geen bewijs was voor nauwe samenwerking of opzet. Ook werd betwist dat verdachte de benadeelde vasthield tijdens het steekincident en dat er sprake was van slaan of stompen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlasteleggingen wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Verdachte had geen opzet gehad op medeplegen van poging tot doodslag of zware mishandeling. Ook het openlijk geweld was niet bewezen omdat niet vaststond dat het vastpakken plaatsvond tijdens het steken en er geen bewijs was van slaan. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast werd een in beslag genomen nabootsing vuurwapen onttrokken aan het verkeer. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die bij de civiele rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag, zware mishandeling en openlijk geweld wegens onvoldoende bewijs.