Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Stichting Tergooi, te Hilversum , gemachtigde: mr. A. Blokhuis-van Balen en
[derde-partij ] B.V., te [vestigingsplaats] , gemachtigde: ir. S. Idema.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die is verleend voor het vellen van zes bomen op een perceel in Hilversum ten behoeve van de bouw van een appartementencomplex. De voorzieningenrechter beoordeelde eerst het belanghebbenderschap van de verzoekers. Drie van hen werden niet als belanghebbende aangemerkt vanwege de afstand tot de bomen en het ontbreken van zicht daarop, waardoor hun verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
De vereniging verzoekster werd wel als belanghebbende erkend, omdat zij zich inzet voor het woonklimaat dat mede wordt beïnvloed door het groen in de directe omgeving. De voorzieningenrechter toetste vervolgens de belangenafweging van het college van burgemeester en wethouders, dat de vergunning had verleend. Daarbij werd overwogen dat alternatieve ontsluitingen waren onderzocht maar om veiligheids- en natuurbehoudredenen niet haalbaar waren.
Ook het betoog dat de vergunning voorbarig zou zijn verleend vanwege een herziening van het bestemmingsplan en onzekerheid over financiering van het ziekenhuis werd verworpen. Het college had voldoende aannemelijk gemaakt dat de ruimtelijke ontwikkeling ongewijzigd blijft en dat de bouwplannen doorgaan. Ten slotte werd het betoog dat het eigen velbeleid niet was gevolgd niet gevolgd, omdat het college een integraal bomenplan hanteert en de belangenafweging binnen de beleidsvrijheid viel.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de vergunning in bezwaar in stand kan blijven en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het vellen van zes bomen wordt afgewezen en drie verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard.