Eiser exploiteert een eenmanszaak en is tevens directeur-grootaandeelhouder van twee B.V.'s. Hij had een brandverzekering afgesloten via de verzekeringstussenpersoon gedaagde, met een risicoadres waar de auto’s waren verzekerd. Na een brand in het bedrijfspand werden auto’s beschadigd die deels buiten het risicoadres waren gestald. Eiser vordert betaling van het verschil tussen de getaxeerde schade en de uitkering, stellende dat gedaagde haar zorgplicht heeft geschonden door hem niet te wijzen op de gevolgen van het stallen buiten het risicoadres.
De rechtbank oordeelt dat eiser bekend had moeten zijn met de polisvoorwaarden en dat de verzekeringstussenpersoon erop mocht vertrouwen dat eiser voldoende inzicht had in de dekking. De verplaatsing van de auto’s naar een ander adres is niet gemeld door eiser, waardoor het risico van onvoldoende dekking voor zijn rekening komt. Zelfs als gedaagde op de hoogte was van de andere adressen, leidt dat niet tot aansprakelijkheid omdat de polis duidelijk beperkt is tot het risicoadres.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. G.J. van Binsbergen en op 11 januari 2017 in het openbaar uitgesproken.