Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met wijziging van eis;
- de conclusie van dupliek.
2.De beoordeling
1.158,00(2,0 punten × tarief € 579,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering wegens beroepsaansprakelijkheid van een advocaat die volgens eiser geen hoger beroep heeft ingesteld en niet verder heeft onderhandeld, wat tot schade zou hebben geleid. Eiser had een relatie met mevrouw A en een geschil over de samenlevingsovereenkomst. De advocaat nam de zaak over na een vonnis van 28 mei 2014, waarna geen hoger beroep werd ingesteld.
Eiser stelde dat de advocaat een fout maakte door geen hoger beroep in te stellen en niet verder te onderhandelen, en vorderde schadevergoeding. De rechtbank onderzocht de correspondentie en concludeerde dat er geen duidelijke opdracht was gegeven om hoger beroep in te stellen. De advocaat had aangegeven dat een nieuwe opdracht en dossier nodig zouden zijn voor hoger beroep.
De rechtbank oordeelde dat geen beroepsfout was gemaakt omdat het handelen van de advocaat binnen de grenzen van redelijkheid viel, mede omdat het niet aannemelijk was dat hoger beroep kansrijk was. Tevens kon niet worden vastgesteld dat schade was ontstaan doordat het hof anders zou hebben beslist. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens ontbreken van een opdracht tot hoger beroep en onvoldoende bewijs van schade door beroepsfout.